April 2026
Jordanië, met hoofdstad Amman, heeft zo’n 11 miljoen inwoners. Zij delen met elkaar een oppervlakte die vergelijkbaar is met Portugal.
Het overgrote deel is soennitisch islamitisch en leeft vredig samen met de paar procent christenen.
Veel inwoners hebben een bedoeïenenachtergrond en wonen tegenwoordig vooral in stedelijke gebieden.
Het land kent nauwelijks internationale conflicten en dat is best opmerkelijk tussen landen als Israël, Syrië, Irak en Iran.
Verder is opvallend dat het land geen noemenswaardige gas- en olievoorraden heeft. Het land is dan ook minder rijk dan omliggende golfstaten. Toerisme speelt wel een belangrijke rol. Highlights zoals Petra en Wadi Rum trekken veel internationale bezoekers, al is dat aantal behoorlijk afgenomen na COVID en de recente spanningen in de regio.
Duiken aan de Aqaba South Beach
We beginnen ons avontuur in Jordanië met een dag of drie duiken aan de Golf van Aqaba. Aan de overkant zien we zowel Israël als Egypte. Een plek dus waar meerdere landen dicht bij elkaar komen. En dan te bedenken dat hier soms vijandige raketten overvliegen, maakt ons verdrietig… waarom?
Wij genieten maar van de plek en de mensen en gaan overdag lekker duiken. Grietje neemt nog wat lessen en Cor gaat met een buddy de diepte in, tot zo’n 30 meter, waar het Underwater Military Museum ligt. Een verzameling afgedankte militaire voertuigen die nu dienen als kunstmatig rif. Misschien zouden ze voor eens en altijd al het militaire materieel in zee moeten dumpen… en nooit meer nieuw produceren.
Verder richting Wadi Rum
Na drie dagen duiken (Grietje behaalt haar PADI Open Water-certificaat, hoera) aan Aqaba South Beach trekken we verder. We gaan nog even de stad in voor wat boodschappen en drinken koffie met een shisha.
Het lijkt erop dat Jordanië het niet makkelijk heeft. De flow zit er niet echt in, is onze indruk. We zien veel vervallen panden, gesloten winkels en achterstallig onderhoud. Mensen vertellen ons dat het toerisme na COVID nog niet volledig is hersteld, terwijl men daar deels afhankelijk van is. Grote inkomstenbronnen zoals olie en gas ontbreken hier, en de recente onrust in de regio helpt ook niet mee.
We gaan nog even langs een gasboer om onze gasfles te vullen. Vaak is het een hele zoektocht naar een leverancier met de juiste adapter, maar hier hebben we geluk.
Het volgende doel is Wadi Rum, één van de bekendste highlights van Jordanië. Een uitgestrekt woestijngebied in het zuiden, met rood zand en indrukwekkende zandsteen- en granietformaties. Niet voor niets staat het op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Het wordt al duizenden jaren bewoond door bedoeïenen. Voor het gebied moet je een entreeticket kopen en als je met je eigen auto naar binnen wilt, betaal je extra. Bij de ingang staat meteen iemand klaar om ons een tour te verkopen, maar wij gaan liever zelf op pad. We laten de bandenspanning zakken en rijden de woestijn in. Hier en daar is het zand wat dieper. De omgeving is prachtig, absoluut, maar niet per se mooier of unieker dan wat we in Saudi-Arabië al hebben gezien.
Wat hier wel opvalt, zijn de vele bedoeïenenkampen, vaak opgezet voor toeristen die een nacht in de woestijn willen beleven. Alleen staan ze er nu grotendeels verlaten bij. Ook hier lijken de hoogtijdagen verleden tijd.
Overnachten bij een bedoeïenengezin
Tijdens een verkenningsrondje komen we langs een authentiek bedoeïenengezin dat net is “verhuisd”. Ze zijn hiernaartoe getrokken omdat er in dit seizoen meer gras groeit voor hun kudde van 25 schapen. Het is een moeder met haar twee zonen, die bezig zijn een nieuwe tent op te zetten. We mogen naast hen overnachten en zijn al snel “vrienden”. We helpen mee met het opzetten van de tent en krijgen zo een inkijkje in hun leven.
’s Avonds nodigen wij de bedoeïenenfamilie uit om mee te eten. We dachten “we doen het eens andersom, wij zijn al zo vaak uitgenodigd”. Ze nemen de uitnodiging aan, maar wel in hun tent, op de grond, bij een kampvuurtje.
De volgende ochtend wordt er op de deur geklopt en krijgen we warm, vers gebakken brood, in de vorm van een dikke pannenkoek. Het blijkt arbood bread te zijn, traditioneel bedoeïenenbrood dat direct in of onder het vuur wordt gebakken. Hoe fijn!
Wandeling naar Burdah Rock Bridge
Dan vertrekken we voor een laatste rondje door Wadi Rum. We willen de Burdah Rock Bridge beklimmen. Boven op een enorme rotsformatie ligt deze door erosie gevormde brug. Het pad ernaartoe is op z’n zachtst gezegd uitdagend, maar vreselijk mooi. Helaas moeten we halverwege “verstandig” zijn en teruggaan. Het pad is aangegeven met een wirwar van steenmannetjes en onduidelijke pijlen. We moeten regelmatig terug omdat we een verkeerde route kiezen. Het klim- en klauterwerk is echt serieus.
Binnendoor naar Petra
We verlaten Wadi Rum via een zijuitgang en zoeken onze weg richting Petra. We volgen daarbij delen van de Jordan Trail, een route die in dit stuk prima met een 4WD is te doen. We passeren een paar dorpjes met stenen huizen en het valt ons op hoe armoedig het er is.
Bij een jongensschool zien we hoe de jonge kinderen gekleed zijn in legeruniformen…op een muur van de school is een militair met mitrailleur afgebeeld.
Rijdend door de prachtige woestijn zien we mooie vergezichten en lunchen bij alweer een rotsbrug. Maar dan kunnen we niet verder. De trail is gemaakt voor wandelaars, niet voor voertuigen, vertelt een vriendelijke dorpsbewoner ons. We zoeken het asfalt op richting Petra. Onderweg genieten we van slingerwegen dwars door het heuvelachtige landschap.
Aankomst in Petra
Wij zijn overdonderd door de vriendelijkheid in het toeristische stadje en eten heerlijk traditioneel Jordaans, op aanbeveling van een stel Duitsers. De leuke ober laat ons zien hoe ze hun brood bakken in een traditionele oven die midden in de zaak staat.
Jordanië heeft enorm te lijden onder de spanningen in het Midden-Oosten. Hier in Petra wordt gesproken over minder dan 5% van het normale aantal toeristen.
Petra
Petra is zonder twijfel één van de meest indrukwekkende plekken die we ooit hebben bezocht. Petra is een UNESCO-werelderfgoedlocatie die deze status absoluut verdient.
Het is een eeuwenoude nederzetting in Jordanië, uitgehouwen in de rotsen door de Nabateeërs en verborgen tussen indrukwekkende woestijnkloven. Via een smalle kloof loop je naar wereldberoemde monumenten. Het gebied is enorm groot, met talloze tempels, tombes en uitzichtpunten.
We melden ons bij de ingang en kunnen met onze “Jordan Pass” naar binnen. Dat is een enorm voordeel, want een normaal ticket kost meer dan 65 euro.
(Het is vandaag, 16 april, nationale Flag Day. Een relatief nieuwe feestdag om de verbondenheid en trots te vergroten. We zien feestelijkheden, een uitgelaten sfeer en overal hangt de vlag uit.)
Wat toeristen betreft doet het allemaal rustig aan. Wegens de onrust in de regio komen er per dag naar schatting 100–200 bezoekers. Vóór de recente onrust waren dat er vaak meer dan 2.000 per dag.
Opvallend is de vriendelijkheid van de mensen. Er zijn veel toeristenkraampjes die graag wat willen verkopen, maar niet opdringerig zijn.
Treasury en Monastery
We lopen door een lange, smalle, hoge kloof en zien al veel uitgehouwen façades. Bij de Treasury vallen we even stil. Wow, wat een monument.
We gaan verder langs het indrukwekkende amfitheater en bedenken dat dit alles zo’n 2.000 jaar geleden is gemaakt. Daarna komen we bij een pad dat leidt naar de Monastery, één van de hoogtepunten. Maar hiervoor moeten wel zo’n 800 tot 900 traptreden worden overwonnen. Een erg vriendelijke jongen weet ons, na enige twijfel, te overtuigen dat een rit op een muilezel ons leven vergemakkelijkt. Boven aangekomen vallen we wederom stil. Wat een bouwwerk.
Nog iets hoger is een primitieve tent gebouwd, van waaruit we een nog mooier uitzicht hebben.
Lopend gaan we weer naar beneden en beklimmen daarna nog een rots met ook zo’n 800 tot 900 treden, die uitzicht geeft over de Treasury en het theater. Dit is echt genieten.
Als we weer beneden zijn, zitten onze hoofden na zoveel moois vol en zijn onze lichamen uitgeput. We lopen terug naar de ingang, waar de camper op een parkeerplaats staat, en vallen languit in onze stoelen.
We noteren zo’n 20 kilometer wandelen en morgen gaan we gewoon nog een keer.
Petra, dag 2
Vanochtend gaan we via de hoofdingang het gebied opnieuw binnen en lijken, in ieder geval op dat moment, de enige bezoekers te zijn. Treurig voor al die mensen die ervan moeten leven. En dan ook nog te bedenken dat de oorzaak totaal buiten hen om ligt.
Afijn, wij zien er het voordeel maar van in.
We hebben deze dag een route voor onszelf bedacht via de buitenranden van het gebied. Best wel pittige klimmetjes, maar zeer de moeite waard. Uiteraard lopen we weer eens verkeerd, maar ach, dat brengt ons dan weer op bijzondere plekjes.
We gaan naar een uitkijkpunt met de naam High Place of Sacrifice. Hier ontmoeten we een bedoeïenenvrouw die ons vertelt hoe hier vroeger schapen en geiten werden geofferd, gebeden en samen gegeten. Een uniek plekje. Zelf woont ze nu in een dorp dat door de overheid speciaal voor bedoeïenen is gebouwd. Voorheen woonde ze in één van de uitgehouwen grotwoningen.
Even verderop drinken we koffie in een tentje met een erg vriendelijke eigenaar. Hij vertelt van alles, maar moet het doen met slechts enkele gasten. We hebben met hem te doen. Zelf is hij er nuchter onder. Inshallah, als Allah het wil.
Langzaam dalen we weer af terwijl we nog een aantal grotwoningen passeren.
We hebben er zo’n 15 kilometer op zitten en de puf er wel uit. We drinken nog wat op een terrasje en via de achteringang nemen we de gratis shuttle naar de hoofdingang. Gratis betekent niet betalen voor de rit, maar we worden wel verplicht twintig minuten bij een aantal souvenirwinkeltjes gedropt. Wij zijn niet zo van de souvenirs en dus kopen we maar een ijsje.
Little Petra
Even verderop vanaf onze overnachtingsplek ligt Little Petra, het kleine broertje, zullen we maar zeggen. Little Petra staat bekend om z’n intiemere sfeer, maar in het grote Petra waren ook al weinig mensen. In de smalle kloof zijn talloze uitgehouwen bouwwerken en sporen van vroegere bewoning.
We lopen er een uurtje rond en zetten dan koers naar Wadi Musa, waar we wat boodschappen doen.
Wadi al Ghuweir trail
Het volgende doel is een kloofwandeling zo’n 40 kilometer noordelijker. Maar behalve dat het een erg mooie wandeling zou zijn, weten we er niet veel van. We zetten de coördinaten van het startpunt in onze navigatie en rijden door een mooi bergachtig landschap. Hier en daar is het erg steil.
Bij het beginpunt is niemand, alleen een leegstaande bedoeïenentent.
Mmm, dat is jammer. We hadden gehoopt iemand te kunnen regelen die ons na de wandeling weer terugbrengt. Hier dus niet.
Voor de nacht vinden we een plekje in een dorp hogerop en lezen alle (tegenstrijdige) informatie nogmaals na. We komen tot de conclusie dat het beter is de kloofwandeling te lopen tot zover het mogelijk is en dan weer terug te gaan.
De volgende dag rijden we de berg weer af naar het begin van de wandeling, pakken onze tassen, drinken nog een kop koffie en gaan op pad. Er is geen mens hier, wat een rust.
De wandeling begint langs een klein stroompje in een vallei. We lopen over mooie ronde stenen en hoppen van de ene naar de andere kant van het stroompje. Soms moeten we echt even over grote rotsblokken klauteren, maar de wandeling blijft goed te doen. Langzamerhand wordt de kloof nauwer en nauwer en de rotswanden hoger. Erg speciaal vinden we de kleuren en patronen van het gesteente. We genieten maximaal.
Totdat we bij een passage een meter of twee à drie naar beneden moeten springen. Op zich zou dat wel lukken, maar we moeten ook weer terug. De wand is te steil om tegenop te klimmen en daarom besluiten we om te keren. Het mooiste hebben we dan wel gehad.
Via Dana Reserve naar de Dode Zee
Bij de man waar we de afgelopen nacht op het erf stonden, tanken we onze watervoorraad bij. Water is in Jordanië schaars verkrijgbaar. In Saudi-Arabië konden we, bij wijze van spreken, op elke straathoek gratis water tappen. In Jordanië ligt dat veel moeilijker of moet ervoor betaald worden. We geven de man 2 JOD en iedereen is weer blij.
Het valt ons op dat het hier, zonder irrigatiesystemen, langzamerhand steeds groener wordt. We overnachten nabij het Dana Biosphere Reserve op een plekje met mooi uitzicht.
We worden wakker in de winderige mist in het Dana Reserve. Tien graden, brrr…
We zitten op zo’n 1.200 meter en zullen vandaag waarschijnlijk eindigen op ongeveer 400 meter onder zeeniveau.
We rijden richting de Dode Zee, aanvankelijk nog over een heuvelachtige hoogvlakte met hier en daar een dorpje.
De sfeer doet gelaten aan. Ons idee dat Jordanië een rijk en welvarend land is, is inmiddels wel verdwenen. We vergelijken natuurlijk met de zuidelijker landen in het Midden-Oosten en zien bijvoorbeeld dat hier nauwelijks bouwactiviteiten zijn. Veel gebouwen en huizen zijn verloederd en zichtbaar slecht onderhouden. Ook het wagenpark is van een andere kwaliteit. Nee, hier geen lange rijen blinkende Landcruisers.
Langs de weg zien we straatverkoop. Veelal boeren die hun handel vanuit de kofferbak verkopen: bananen, uien, tomaten enzovoort. We stoppen even bij een bakker. Een vriendelijke verkoper met een ruim assortiment, waar we ons even kind in een snoepwinkel voelen.
De Dode Zee in zicht
En dan begint de afdaling, soms even steil, met in de verte het laagland en zicht op Israël.
De temperatuur stijgt, maar vooral ook de zonkracht. We passeren een groot zoutwinningsproject en langzamerhand komt ook de Dode Zee in zicht.
We rijden over de kustweg met links de Dode Zee en rechts een kaal rotsgebergte.
Het meer is zo dood als een pier. Behalve wat micro-organismen groeit er niets, geen plant, geen vis.
Tel daar de kale, zandkleurige rotsen, de brandende zon en nauwelijks mensen bij op… even hadden we het idee dat hier een atoombom was gevallen of zo.
Hilton Dead Sea Resort
Na ver over de honderd dagen in ons vertrouwde camperbedje besluiten we onszelf te verwennen en het Hilton Dead Sea Resort te proberen. We vinden een aantrekkelijke aanbieding met ontbijt, diner en… een heerlijk zwembad.
In het luxe hotel, pal aan de Dode Zee, krijgen we een kamer met zeezicht. En dat is best spectaculair.
Via het zwembadcomplex lopen we naar het strand. Hier kunnen we het zoute water van de Dode Zee betreden.
Het is een aparte ervaring hoor, zo lekker drijven. Op je rug is het het handigst. Op je buik zwemmen lukt bijna niet, omdat je automatisch te hoog in het water ligt.
De lifeguard komt aangelopen en wil ons wel even insmeren met modder. Dat is een standaard ritueel en schijnt goed voor de huid te zijn. Nadat het tien minuten is opgedroogd, spoelen we ons weer af in de zoute zee en later met de tuinslang. Mooie ervaring!
’s Avonds eten we heerlijk in het zeer uitgebreide buffetrestaurant met veel lokale specialiteiten.
Achtergrond Dode Zee
Even over de Dode Zee… eigenlijk is het een meer, ongeveer half zo groot als het IJsselmeer, en het ligt op de grens tussen Jordanië en Israël. Het meer wordt vooral gevoed door de Jordaanrivier, met daarnaast enkele kleinere zijrivieren.
Maar door de enorme onttrekking van water door zowel Israël als Jordanië blijft er nog maar weinig water over voor de Dode Zee. Daardoor daalt het waterpeil door verdamping en watergebruik jaarlijks met ongeveer één meter. Verder is het gebied rondom de Dode Zee een uniek stukje aarde. Het waterpeil bevindt zich op zo’n 430 meter onder zeeniveau. Nergens op aarde ligt een zo groot gebied zo diep onder zeeniveau als hier rondom de Dode Zee.
Het bijzondere is dat we hier letterlijk op het laagste punt op aarde staan dat niet onder water ligt.
Het water is extreem zout, ongeveer tien keer zouter dan de oceaan, waardoor je er automatisch blijft drijven.
Door de voortdurende verdamping neemt het zoutgehalte verder toe en als deze ontwikkeling zo doorgaat, zal de Dode Zee in de komende decennia steeds verder krimpen en mogelijk deels verdwijnen.
Naar Amman
Na nog een verwenontbijtje in het Hilton verlaten we de Dode Zee en klimmen al snel van 400 meter onder zeeniveau naar 900 meter boven zeeniveau, richting hoofdstad Amman.
In Amman zien we veel laagbouw en toch wat meer welvaart dan op het platteland. Het is geen stad met veel hoge torens, maar vooral laagbouw van redelijke kwaliteit.
We doen er wat boodschappen en vooral de was. We hadden alweer behoorlijk wat opgespaard.
Verder hebben we geen plannen in de stad en dus verlaten we Amman, in overigens erg druk verkeer. We overnachten langs een idyllisch riviertje ten noorden van Amman.
Jerash
De afstand tussen onze overnachtingsplek en de Jerash Roman Archeological Site is maar een paar kilometer en dus zijn we de eerste bezoekers. Jerash is één van de best bewaarde Romeinse steden uit de eerste eeuwen na het begin van de jaartelling, buiten Italië.
Indrukwekkend is dat het midden in het huidige, moderne Jerash ligt, dat er in de loop der eeuwen omheen is gebouwd. Je kunt er vrij rondlopen zonder al te veel hekken en afsluitingen.
Wat vooral opvalt is de rust. Waar je normaal gesproken door dit soort plekken wordt geleid, lopen wij hier vrijwel alleen tussen de eeuwenoude bouwwerken.
Waarschijnlijk ook omdat we lekker vroeg zijn… als we vertrekken arriveren meerdere bussen met schoolkinderen.
We vinden het fantastisch om te zien hoe bouwwerken zo lang bewaard zijn gebleven. Prachtig zijn onder meer de theaters. Helaas zijn er veel verkopers die hun graantje willen meepikken. Begrijpelijk in deze periode, maar soms ook wat vervelend.
We vervolgen onze weg naar de Jordaans-Syrische grens. Op zich verloopt de overgang redelijk soepel, zij het niet dat een beambte “vergeet” het exitstempel in Grietjes paspoort te zetten. Dat betekent dat we vanaf het laatste checkpoint terug moeten door diverse controles met officieren die het niet begrijpen. Met veel uitleg en vertalen lukt het uiteindelijk om alles recht te zetten. Het proces aan de Syrische kant verloopt daarna probleemloos.
Onze overlandreis gaat verder in Syrië