Reisperiode februari 2026
Geitenmarkt Nizwa
Vanuit Muscat rijden we over mooi geasfalteerde wegen naar Nizwa. Hier kamperen we voor het eerst op een camping. Het is, voor zover wij weten, de enige camping in Oman. Nizwa is een populaire bestemming bij (daktent)toeristen en de tien kampeerplaatsen zijn dan ook allemaal gevuld. Dat kan ook komen doordat op vrijdagochtend de wekelijkse geitenmarkt wordt gehouden.
Voor deze populaire markt komen kopers en verkopers van heinde en verre om hun dieren en producten aan de man te brengen. Wat vermaak betreft is de geitenmarkt het hoogtepunt. Hier wordt levend vee verhandeld: geiten en runderen. Dat doen ze door met hun dieren rondjes te lopen rondom een soort koepel, om zo de aandacht te trekken. Dat levert vaak leuke taferelen op, omdat het vee niet altijd netjes meeloopt. Zeer vermakelijk.
Drommen kopers, locals en toeristen wurmen zich eromheen om een glimp op te vangen.
Maar er is meer dan alleen de geitenmarkt. Groenten, fruit, vis, vlees, snuisterijen, zelfs wapens en uiteraard veel zoetigheden worden hier aan de man gebracht. Veel lokale producten en Arabische lekkernijen die voor ons nieuw zijn. Ook hier voelen we ons als bezoeker zeer welkom. De verkopers zijn niet opdringerig. Leuk om dit zo van dichtbij mee te maken.
Sultan Qaboos Oman Across Ages Museum
We laten Nizwa achter ons en rijden naar één van ’s werelds mooiste musea. Het Oman Across Ages museum is in 2023 geopend, maar de bouw werd al in 2015 in gang gezet door Sultan Qaboos. Wat we hier zien is nauwelijks te beschrijven. Zo mooi, zo indrukwekkend.
Sultan Qaboos heeft meerdere indrukwekkende bouwwerken op zijn naam staan. Half werk, paste duidelijk niet in zijn strategie. Dat zagen we eerder ook al bij de Sultan Qaboos-moskee in Muscat.
Het museum beschrijft het ontstaan van Oman, miljoenen jaren geleden, toen het huidige gebied deel uitmaakte van een continent dat veel zuidelijker lag. Daarnaast laat het zien hoe het land zich door de eeuwen heen ontwikkelde, met zelfs een blik op de toekomst. Maar het meest opvallend is misschien wel de architectuur van het gebouw: de grootsheid, de stijl… Ook de interactieve presentatie is in allerlei opzichten fenomenaal.
We hebben geprobeerd het een en ander te fotograferen, maar dat zal nooit het gevoel kunnen overbrengen dat wij hier in werkelijkheid kregen. Dikke aanrader, dit hoort bij de wereldtop.
Op naar Wadi Nakhr
Over Wadi Nakhr hadden we een tip gekregen van een insider. Nadat we de nacht ervoor een plekje vonden om te "zoenen"… In the middle of nowhere, tussen de lage heuvels, met in de verste verte niemand te bekennen. Even ontsnappen aan de stedelijke en toeristische drukte van de laatste dagen. Even tijd om weer één te worden met de natuur. ’s Avonds maken we een kampvuurtje en ’s ochtends genieten we in alle rust van ons ontbijtje.
Dan rijden we door naar Wadi Nakhr, een ritje van zo’n 100 kilometer. We kunnen met de auto de kloof in rijden. Er is min of meer een pad aangelegd van grind en stenen. Soms steil, soms dwars door een stromend plasje, het is tenslotte een rivierbedding. Het rijden is op zichzelf al spectaculair, maar de uitzichten op de enorme rotswanden zijn zo mogelijk nog indrukwekkender. Aan het eind van de kloof staat een hotel, ingenieus gebouwd tegen de rotswanden. We treffen er echter niemand aan; kennelijk is het verlaten.
Verderop ontmoeten we een oude, traditioneel geklede man. Hij biedt ons dadels en koffie aan en verkoopt zelfgeknoopte tapijten en bakjes dadels.
Met een beetje stelwerk parkeren we de camper op de rotsen en hebben we opnieuw een bijzonder plekje voor de nacht gevonden. Deze keer genieten we niet van de stilte in de woestijn, maar van de stilte tussen de immense rotswanden, die prachtig worden verlicht door de (bijna) volle maan.
Wadi Nakhr – de wandeling
Ontwaken tussen de hoge rotswanden is weer eens wat anders. We beginnen met een wandeling, deels een klimpartij, door de kloof. Hier en daar zijn kettingen en trapjes aangebracht tussen de rotsblokken. Aan het eind wordt de kloof nauwer en ligt er een poeltje. Traditiegetrouw nemen we een duik. Deze keer is het water redelijk koud. Logisch, er komt hier nauwelijks zon. De wandeling is spectaculair, maar gelukkig nog niet ontdekt door het massatoerisme. Op de terugweg komen we slechts een groepje van zes mensen tegen.
De Balcony Walk
Terug op onze kampeerplek drinken we een kop koffie en rijden de wadi weer uit. We zijn op weg naar de Balcony Walk, ongeveer op dezelfde plek, maar dan duizend meter hoger. Op de rand van de kloof dus.
De weg ernaartoe is al spectaculair wat uitzichten betreft… en als je dan boven de kloof staat, word je een “heel klein mensje”. We parkeren de camper tot bijna op de rand en krijgen geen genoeg van deze unieke plek.
De volgende ochtend, als de zon nog maar net over de machtige bergen piept, hebben we onze wandelschoenen al aan. De wandeling voert over de bovenrand van de kloof, met diep onder ons de Wadi Nakhr. De route is populair en wordt waarschijnlijk veel in reisgidsen getipt. Toch valt de drukte mee op dit vroege tijdstip.
De uitzichten zijn weer eens om te snoepen: zo wijds, zo groots. Er zit wat hoogteverschil in het pad, maar het is goed te doen. Halverwege zien we de plek waar we gisteren diep in de kloof kampeerden, duizend meter lager.
Aan het eind van de tocht, inmiddels zijn al heel wat wandelaars omgekeerd, ligt een poeltje. En opnieuw nemen we een duik in het frisse water. We laten ons opdrogen op de rotsen en beseffen dat we toch wel in een heel mooi land zijn beland.
Terug bij de camper wachten Tjibbe en Heike ons op: het Duits-Nederlandse stel dat we zo’n drie weken geleden ook al ontmoetten. Ze reizen ongeveer dezelfde route als wij en we volgen elkaar min of meer. Vandaag dus: een perfecte match voor een gezellige middag. En dat werd het ook. De tijd vliegt voorbij als de overlander-ervaringen over tafel vliegen. Het is zó fijn om belevenissen en herinneringen uit te wisselen. Tegen half zes moeten we afscheid nemen. We zoeken elkaar vast nog eens op, waar dan ook.
Naar het dak van Oman
Twee dagen geleden liepen we diep in het dal, op zo’n duizend meter hoogte, om vanaf daar tegen de hoge rotswanden op te kijken. Gisteren volgde de populaire Balcony Walk, rond de tweeduizend meter. En vandaag is het zover...de top van Jebel Shams, op 2997 meter.
De tocht is lang. Technisch goed te doen, weinig hand- en voetenwerk, maar vooral: lang. Uiteindelijk zijn we elf uur onderweg voor een wandeling van 24 kilometer, heen en terug, met zo’n duizend hoogtemeters. Het terrein is ruig, soms steil, maar opvallend goed bewegwijzerd. De zon brandt ongenadig en het is stil, heel stil.
Terwijl een gier zijn rondjes draait langs de imposante rotswanden, beseffen we opnieuw hoe klein we hier eigenlijk zijn. Langzaam verschijnt ons doel in beeld, al lijkt het nog eindeloos ver weg. Af en toe moeten we stoppen om op adem te komen.
En telkens weer dat moment: achter dat ene ruggetje ligt vast de top… Maar nee, er blijkt steeds nóg een ruggetje achter te zitten. Dat herhaalt zich vier, vijf keer. De opluchting is dan ook groot als we uiteindelijk écht de top bereiken. Het gevoel is nauwelijks te beschrijven. Moe maar voldaan genieten we van het uitzicht en laten we het meegebrachte brood en de snackjes ons uitstekend smaken.
Dan volgt onvermijdelijk de terugweg. Dalen lijkt makkelijker, maar ervaring leert dat juist dan de knieën zich laten voelen en vermoeidheid op de loer ligt. Des te blijer zijn we wanneer we de camper weer zien en zonder brokken beneden aankomen.
Kamelenrace
We dalen uiterst voorzichtig de steile bergen af en zetten koers naar de woestijn. We hebben informatie over een kamelenrace, dat willen we wel eens zien.
Er ligt een grote, ovale baan met een tribune. Een bewaker vertelt dat we de volgende ochtend om zeven uur kunnen komen kijken. ’s Middags zien we overal groepjes kamelen met hun hoeder rondlopen. Ze moeten in beweging blijven, de benen strekken en wennen aan de omgeving, wordt ons verteld. Er is een soort boulevard met gezellige eetkraampjes, zeker vijfhonderd meter lang. Het is een vreemd gezicht: je ziet vrijwel niemand lopen, want iedereen gaat met de auto. Dikke wagens, vaak met alleen mannen erin, schuifelen in file langs de kraampjes. Sommigen kopen iets door simpelweg het raampje te laten zakken. Een soort drive-thru-festival, sfeervol verlicht midden in de woestijn.
We zijn volledig nieuw in het wereldje van de kamelenrace en merken al snel dat het nauwelijks te vergelijken is met andere snelle sporten. Alles rondom het racen draait om traditie en eer. Opvallend vinden we het relatief kleine aantal toeschouwers.
Het enorme prijzengeld wordt beschikbaar gesteld door (semi-)overheden, puur om de traditie in stand te houden. Het is een bloedserieuze sport waarvoor jarenlange voorbereiding nodig is om de top te bereiken. De eigenaren van de kamelen zijn vaak sjeiks of andere multimiljonairs en werken met complete teams. Topkamelen kunnen miljoenen kosten. We zien zo’n vijfentwintig Land Cruisers keurig op een rij staan als onderdeel van het prijzengeld.
Als toeschouwer kun je overal vrij rondlopen. Zo belanden we ’s ochtends vroeg in het rennerskwartier, waar de kamelen worden klaargemaakt en een robot op hun rug krijgen. Kamelenraces gebeuren tegenwoordig niet meer met een jockey, maar volledig op afstand. Het apparaatje heeft een zweepje en een luidspreker, zodat de eigenaar het dier tijdens de wedstrijd kan toespreken. Kamelenraces zijn een uitgesproken mannensport. Ook dat hoort bij de traditie.
Snake Canyon & Canyoning
Vanuit de woestijn gaan we de bergen weer in, richting de Snake Canyon. We hebben er weinig informatie over, dus we zien wel waar we uitkomen. De weg ernaartoe blijkt spectaculair: één van de mooiste 4x4-routes van Oman. Extreem steil, met machtige bergen om ons heen. We dalen uiteindelijk weer af en overnachten in een droge rivierbedding, er is geen regen voorspeld.
’s Ochtends informeren we bij een hotelletje verderop naar de mogelijkheid om de canyon te ontdekken. De vriendelijke hoteleigenaar adviseert een route met gids. Hij belt een vriend en een uurtje later verschijnt de vriendelijke Aly. We starten een tour door de kloof.
We dragen goede schoenen, een wetsuit en een harnas. Wat we dan meemaken is met geen foto of verslag vast te leggen. We lopen, glijden, klimmen, springen en klauteren door diepe poelen en langs steile rotswanden. Soms is het zeer uitdagend, maar voor de avontuurlijkste stukken heeft de gids touwen waarmee we kunnen klimmen en abseilen. De adrenaline giert door onze aderen.
De Snake Canyon heeft twee “armen”. De gids stelt voor de langere te nemen, waar we ons regelmatig aan touwen omhoog moeten trekken of ons vastpakken aan kleine spleetjes in de rotsen. Aly begeleidt ons fantastisch, laat ons ons ding doen, maar biedt hulp wanneer dat nodig is. Na deze ervaring zijn we uitgeput en voelen we spieren waarvan we niet eens meer wisten dat we ze hadden.
De hotelier heeft een traditionele lunch voor ons bereid, die we ons goed laten smaken. Aly nodigt ons uit om bij zijn dorp, een paar kilometer verderop, te overnachten. En dat doen we.
Hoe dat verder gaat lees je in Oman (deel 4)