Maart 2026

Vanuit Bahrein beginnen we aan ons overlandavontuur door Saudi-Arabië. Het immens grote land is ongeveer 52 keer zo groot als Nederland, wat betekent dat het qua oppervlakte grofweg half Europa beslaat. Als je dan ook nog eens bedenkt dat er “maar” zo’n 40 miljoen inwoners zijn, die bovendien grotendeels in de steden wonen, blijft er enorm veel leegte over. En dat vinden wij fantastisch.

King Abdulaziz Center for World Culture

Nabij de grens met Bahrein ligt de middelgrote plaats Dammam. Daar wordt onze aandacht getrokken door een olie- en gasmuseum. Wij willen wel eens meer weten over dat “vloeibare goud” dat zo’n enorme stempel op het Midden-Oosten drukt.

De openingstijden zijn voor ons wat ongebruikelijk, namelijk zaterdagavond van acht uur tot één uur ’s nachts. Dat klinkt vreemd, maar tijdens de ramadan vinden veel activiteiten juist ’s avonds of zelfs ’s nachts plaats.

Het museum blijkt onderdeel te zijn van iets veel groters: het King Abdulaziz Center for World Culture, beter bekend als Ithra.
Het is een indrukwekkend cultureel complex waar bioscopen, theaters, bibliotheken en tentoonstellingen over kennis en wetenschap samenkomen. In een aparte tentoonstelling wordt het hele verhaal van olie en gas uitgelegd. Het complex is ontwikkeld en gefinancierd door Saudi Aramco, het nationale oliebedrijf en een van de grootste oliebedrijven ter wereld.

Extra bijzonder is dat dit culturele centrum vlak bij de plek ligt waar in 1938 de eerste commerciële oliebron van Saudi-Arabië werd aangeboord: de Dammam No. 7 Well. Daarmee staat het centrum op historische grond waar het olieverhaal van het land begon.

Bij aankomst krijgen we na de veiligheidscontrole een golfkarretje om naar de hoofdingang te worden gebracht. Als buitenlandse bezoekers worden we opnieuw met opvallend veel vriendelijkheid ontvangen.

We zijn onder de indruk van het hele complex, en vooral van de bijzondere bibliotheek. Zoveel reisboeken bij elkaar hebben we nog nooit gezien. Inspiratie genoeg dus.

Tijdens ons bezoek is het bovendien extra druk. Er vinden allerlei festiviteiten plaats rond Gargee’an, een traditioneel kinderfeest dat halverwege de ramadan wordt gevierd. Het feest lijkt een beetje op Sint Maarten in Nederland: kinderen gaan zingend langs de deuren om snoep te krijgen. Vanavond gebeurt dat hier op een andere manier. Het snoep wordt uitgedeeld op het terrein zelf, met muziek, dans en veel gezelligheid.

Wij kijken ondertussen nog even bij de tentoonstelling over de olieproductie en steken er behoorlijk wat van op. Al moeten we toegeven dat onze hoofden na deze drukke en intensieve dag inmiddels ook aardig vol zitten.

Nabij Al Ahsa, kamelenmarkt

Onderweg naar ons volgende stoppunt worden we direct geconfronteerd met de rijstijl van de Saudi’s. Dat is even wennen. Geen knipperlichten gebruiken, links en rechts inhalen, snijden, en dat alles bij hoge snelheden, lijkt hier de norm.

We bezoeken de veemarkt bij Al Ahsa in alle vroegte. Dan zou er het meest te zien zijn. Op de markt worden geiten, schapen en kamelen verhandeld. Maar eigenlijk is het meer een permanente handelsplaats. Duizenden dieren staan in hokken terwijl potentiële kopers erlangs lopen.

Het vee is afkomstig van boerderijen in de omliggende woestijn en wordt verkocht door de boer zelf of via een handelaar. De redenen voor aankoop zijn divers. Sommige dieren zijn bestemd voor de slacht, andere voor de fok. Kamelen zijn vaak voor welgestelde liefhebbers en soms zelfs een hobbydier. Anderen gebruiken ze voor wedstrijden. We zien veel Sudanezen die het werk doen. Het is interessant om te zien hoe er rondom de markt ook een levendige handel in hooi, water en andere benodigdheden is ontstaan.

Een poos kijken we naar een kudde kamelen die net verkocht is. Ze moeten op een kleine vrachtwagen worden geladen om naar de koper te worden gebracht. Het is vermakelijk om te zien hoe dat gaat. Met een lasso worden de dieren gevangen, hun poten worden vastgezet en vervolgens worden ze met een takel op de vrachtwagen gehesen.