Reisperiode februari 2026
Balad Sayt
Nadat we ons canyoningavontuur (zie Oman deel 3) hebben afgesloten, nodigt gids Aly ons uit in zijn dorp Balad Sayt. Het contrast kan bijna niet groter zijn. Waar we gisteren nog door smalle kloven klauterden, staan we nu in een groene oase midden in de bergen.
De kleine stukjes land rond het traditionele dorp worden van generatie op generatie doorgegeven; buitenstaanders komen er niet tussen. Aly vertelt over het ingenieuze irrigatiesysteem, het eeuwenoude falaj-systeem dat in heel Oman wordt gebruikt. Iedere familie mag vier uur per week gebruikmaken van de waterbron. Heb je het water op dat moment niet nodig, dan kun je het opslaan in een bassin of zelfs verkopen aan iemand anders.
Het water stroomt via een netwerk van smalle kanaaltjes door de oase. Door een simpel klepje bij je eigen stukje land open te zetten, leid je het water jouw kant op. De bron lijkt onuitputtelijk; zelfs de oudste inwoners kunnen zich geen periode van droogstand herinneren.
We sluiten af met dadels en thee bij Aly thuis en vervolgen daarna onze weg richting Seeb, vlak bij Muscat. Morgen staat onderhoud aan de auto gepland. Maar eerst moet hij gewassen worden: alles zit onder het stof. En daar is nog een reden voor. In de steden wordt verwacht dat je met een schone auto rijdt. Volgens Aly kan de politie je zelfs beboeten als het te bont wordt. Meestal blijft het bij een waarschuwing, of rijden ze voor je uit naar een carwash.
Het vinden van een geschikte wasplaats blijkt lastiger dan gedacht. Soms is de camper te hoog, soms hebben ze simpelweg geen tijd. Pas na vier pogingen lukt het. We belanden bij een enorme carwash waar arbeiders uit Bangladesh en India het werk doen, terwijl Omani’s in hun spierwitte dishdasha’s toekijken hoe hun vaak indrukwekkende auto’s worden schoongespoten.
De eigenaar biedt ons spontaan aan om op zijn terrein te overnachten. Tegen de tijd dat we klaar zijn, is het donker.
Dimaniyat eilanden
We rijden iets verder langs de kust waar we vanuit Seeb vertrekken naar de Dimaniyat-eilanden, een beschermd natuurreservaat op zo’n 20 à 25 kilometer uit de kust. Wij gaan er duiken, maar we zien ook vele boten met dag toeristen die er relaxen en/of snorkelen. Het gebied staat bekend om zijn heldere water en zeeschildpadden.
Wij gaan met een groepje van zes het water in. Het onderwaterleven is prachtig: kleurrijk koraal, scholen vissen en goed zicht. Cor maakt videobeelden met de GoPro, maar helaas blijkt het meeste materiaal onbruikbaar. Nog even oefenen dus.
’s Middags verkassen we naar het strand van Seeb, waar het een gezellige boel is. Er wordt gevoetbald, families picknicken en een vader geeft zijn zoontje les in het besturen van een quad. De sfeer is ontspannen en gemoedelijk.
’s Avonds struinen we nog even door de souk. We kopen peper, en natuurlijk weer veel te veel dadels.
Musandam, hoe?
Vandaag zetten we koers naar Musandam, de Omaanse exclave aan de Straat van Hormuz. We verlaten Oman, rijden de Verenigde Arabische Emiraten binnen, en 80 kilometer later weer uit. Bij Dibba steken we opnieuw de grens over: terug Oman in, richting Musandam.
Voor inwoners van deze landen gaat het grensproces eenvoudig; zij kunnen vaak in de auto blijven zitten terwijl alles via het raampje wordt afgehandeld. Voor ons betekent het parkeren en ons melden bij een kantoor. De grensgebouwen zijn ultramodern, met marmeren vloeren en enorme hallen, maar opvallend leeg. Het geheel oogt wat ‘over the top’.
Het stempelen van ons Carnet de Passages (CDP) kost de beambten opvallend veel moeite. Uiteindelijk moeten we zelf uitleggen waar de stempel hoort te staan.
Vanuit Dibba zijn er twee mogelijkheden om naar Khasab in het noorden te reizen: met de ferry of via een bergroute waarvoor een vergunning van de politie nodig is.
Dan ontvangen we een mail: de veerboot is, wat auto’s betreft, volgeboekt. Plan B dus. Bij het politiebureau vertelt men ons dat de “boss” ’s ochtends de permits regelt. Gewapend met onze paspoorten en pasfoto’s verdwijnt hij in een kantoortje en wachten we hoopvol. Vijf minuten later komt hij terug met minder goed nieuws: de bergpas is door recente regenval te gevaarlijk.
Dat betekent een forse omweg én opnieuw twee grensovergangen. Maar goed, dat is overlanden op onze manier.
Musandam, eerste kennismaking
Wanneer we later opnieuw de grens met Musandam oversteken, wacht ons een spectaculaire kustweg. Hoge bergen en ruige rotswanden aan de rechterkant, helderblauw zeewater links. Over perfect asfalt rijden we langzaam noordwaarts tot we Khasab bereiken. We parkeren de camper op een terrein waar al meerdere campers staan. Op het terrein staan diverse verkoopstands, meestal omgebouwde caravans of andere verplaatsbare hutten, waar koffie wordt verkocht. Vanaf een uur of vijf is het een echte pleisterplaats. Mannen rijden doelloos rondjes in hun ‘heilige koe’ en families installeren zich op het strand.
Voor en achter ons staan enorme campers uit de Emiraten waar niets aan luxe ontbreekt. Om hun airco’s draaiende te houden, gebruiken ze generatoren die wat ons betreft onophoudelijk de rust verstoren.
Wij trekken ons er weinig van aan en gaan snorkelen. Dat blijkt een uitstekende keuze. Het water is kraakhelder en we zien naast talloze vissen ook een rog en een zeeschildpad.
Musandam: dolfijnen en fjorden
Musandam vormt een uitloper van het Hajar-gebergte, maar wat hier écht opvalt zijn de op fjorden lijkende inhammen. Azuurblauw water dat scherp afsteekt tegen hoge, grillige rotswanden. Niet voor niets wordt dit gebied weleens het ‘Noorwegen van Arabië’ genoemd.
We maken een tocht met een traditionele dhow. Nou ja, traditioneel… De oorspronkelijke houten zeilschepen zijn tegenwoordig vaak vervangen door gemotoriseerde kunststof varianten. Het model is hetzelfde, maar de romantiek is iets minder authentiek.
Samen met de kapitein, een matroos en drie Oezbeekse medepassagiers stappen we aan boord. De boot biedt plaats aan zo’n twintig personen, maar vandaag hebben we hem bijna voor onszelf. Het dek ligt vol kleden en kussens, hier houden we het wel een dagje vol.
Na een uur varen gebeurt waar we op hoopten: dolfijnen. Twee dieren zwemmen speels met ons mee, dan weer links van de boot, dan weer rechts. Wat is dit bijzonder. Dit keer slagen we erin redelijke opnames te maken, zodat we nog lang kunnen nagenieten.
Langs een steile wand van het fjord gaan we voor anker. Tijd om te snorkelen. De matroos gooit wat stukjes banaan in het water en binnen enkele seconden zwemmen we tussen een enorme school vissen.
De lunch aan boord smaakt uitstekend. Terwijl de zon warm op ons schijnt, varen we door naar een volgende snorkelplek. Opnieuw genieten. Met fruit, koffie en thee worden we verwend wanneer we de terugtocht inzetten.
Aan het eind van de middag vinden we een plekje aan een doodlopende weg in een wadi. Een vriendelijke geitenboer heet ons welkom op zijn erf.
Jebel Jais
We verruilen zeeniveau voor een rit door de bergen.
Het doel: een wandeling op Jebel Jais. We rijden omhoog via een offroad-bergweg tot zo’n 1.500 meter. Onderweg veel oeh’s en ah’s, we genieten van het ruige gesteente en de machtige uitzichten vanuit de auto, over soms steile hellingen.
Vroeg in de middag komen we aan bij het begin van de wandeling, op een plateau. Hier groeit waarachtig een beetje gras. Een prachtige plek voor een relaxte middag. We draaien zelfs de luifel uit, het lijkt wel vakantie!
Hier in de buurt schijnen fossielen te vinden te zijn. Dit gebergte is in de loop van miljoenen jaren gevormd door enorme krachten in de aardkorst, waarbij gesteenten die ooit (op) de zeebodem lagen omhoog zijn gekomen. Daardoor kun je hier soms nog afdrukken en sporen van zeeleven in het gesteente tegenkomen.
We hebben een heerlijk ontspannen plekje, met een paar gemoedelijk grazende ezels om ons heen, terwijl we van ons ontbijtje genieten voordat we aan de klim beginnen. Wat hoogtemeters en afstand betreft is het niet bijzonder uitdagend: een kleine tien kilometer retour en zo’n 400 hoogtemeters. Het pad zelf is wel ruig. Ooit aangelegd voor het plaatsen van hoogspanningsmasten, maar inmiddels grotendeels geërodeerd. Het laatste stuk loopt pal langs de grens met de Verenigde Arabische Emiraten. We zien meerdere grenspalen staan. Nog een klein stukje verder bereiken we het hoogste punt van onze wandeling. Vanaf hier hebben we een fantastisch uitzicht over het dal onder ons.
De structuren die miljoenen jaren van erosie en beweging in de aardkorst hebben achtergelaten, zijn hier prachtig zichtbaar. Rond het middaguur zijn we alweer terug bij de camper en genieten we nog na van een heerlijke zondagmiddag.
Even terugkijken
Tijd om Oman te verlaten, tijd om terug te blikken. Over Oman kunnen we alleen maar positief zijn. Wat een land… woestijn, bergen en oceaan, het is er allemaal. En om te zoenen. Bovendien in onze reisperiode zeer aangenaam weer!
De mensen zijn er ontzettend gastvrij en vriendelijk. De islam is duidelijk aanwezig, maar de tolerantie tegenover andersdenkenden ervaren wij als groot. Als we dan toch één minpunt noemen, is het het aangespoelde afval langs de kust. Opvallend genoeg vormt dat een contrast met de steden, die juist erg schoon zijn. We verbleven 46 dagen in Oman.
Onze overland-reis gaat verder naar de Verenigde Arabische Emiraten.