Reisperiode januari 2026
We laten de Sugar Dunes achter ons, zie Oman (deel 1) en gaan min of meer langs de kust verder in noordoostelijke richting.
Al Kalouf
We bereiken Al Kalouf, een afgelegen dorpje waar visserij voor het enige inkomen zorgt, zo lijkt het. We kijken even bij de vissers op het strand en zien hoe de vis wordt binnengehaald. Auto’s drukken de kleinere boten weer in zee. Zij gaan naar de grotere schepen die verderop voor anker liggen om daar de vangst op te halen.
Lagoons bij het Al Wusta Wetland Reserve
Dan rijden we verder door het kustgebied naar het Al Wusta Wetland Reserve. Een gebied van zo’n 1200 vierkante kilometer met….helemaal niets! We rijden er midden door heen en zien 360 graden om ons heen nog geen boompje of duintje. De vlakte is immens en we cruisen van fata morgana naar fata morgana. Dan lijkt er in de verte toch iets op te doemen. Een paar boompjes en duintjes flankeren de kustlijn. Hier zijn een paar lagoons waar we onze zinnen op hebben gezet. We zetten ons kampje op het witte zand en vermaken ons met zwemmen, snorkelen en luieren.
Terwijl de zon nog boven de horizon moet uitkomen, maar al wel het eerste licht over de de kust verspreid, is de natuur al in volle glorie ontwaakt. Vaak het mooiste moment, nieuw licht, een nieuwe dag. Maar ook het moment dat de hongerige vogels hun magen weer willen vullen. Meestal zijn vissen het slachtoffer in de keten.
Zo staat de reiger geduldig langs de waterlijn te wachten op een prooi, of een ander klein vogeltje welke hevig fladdert op zo’n 5 meter hoogte, en zo nu en dan een duikvlucht maakt. Honderden kleine vogeltjes struinen het witte strand af op wat leven in de bodem en meeuwen in grote groepen of soms solo scheren langs de camper op zoek naar de meest geschikte visstek. Dit wereldje ontvouwt zich als we langzaam wakker worden, half suizend, kijkend vanuit ons raam, ons realiserende dat we midden in de natuur van Oman zijn belandt.
Al Masirah
Vanuit het plaatsje Shannah nemen we de veerboot naar Masirah Island. Je kunt er een privé boot nemen of de ferry van de overheid. Wij nemen de “staatsboot”. De overtocht duurt zo’n anderhalf uur. We gaan een ruimte in waar alleen mannen zitten. Grietje kijkt wat ongemakkelijk om haar heen, maar na een knikje van één van de mannen is het goed.
Op zo’n boot worden mannen, vrouwen en families van elkaar gescheiden. Voor ons apart, voor de lokalen de gewoonste zaak.
Op het eiland rijden we naar het zuidelijkste puntje. Het is er leeg met prachtige afgelegen zandstranden en verderop een helling voor vissersboten. We genieten er van de rust, de golven en het gevoel op een onbewoond eiland te zijn.
We maken een wandeling naar een vuurtoren die aanvankelijk te ver weg lijkt, maar hoe dichter we bij komen, hoe groter de drang om de klim te volbrengen. We worden getrakteerd op een fantastisch uitzicht over de hele zuidkust van Masirah.
Als we de volgende ochtend weer terug naar de ferry gaan blijkt hij niet te varen wegens de te verwachten harde wind.
En dus zoeken we een plakje halverwege het eiland enigszins uit de wind. We maken een strandwandeling en vinden van allerlei aangespoelde materialen.
Omdat we nog een dag extra hebben, maakt Cor van de gelegenheid gebruik een kapper te bezoeken. Omaanse mannen zien er altijd perfect geknipt en geschoren uit. Zo'n behandeling lijkt Cor ook wel wat. Bij binnenkomst is Cor terstond aan de beurt en wordt naar een hokje geleid achter een gordijn. De Indiase kapper spreekt geen Engels en dus laten we aan de hand van foto's zien wat de bedoeling is. De man trekt zijn witte jas aan en gaat met chirurgische precisie te werk, bijna haartje voor haartje.
Na een half uurtje is het kapsel en de baard wel netjes en wordt alles uit de kast gehaald om nog een relaxte schoonheidsbehandeling te ondergaan. Met het betalen van zo'n 9 euro is Cor helemaal "zen" en weer klaar voor een poosje.
We lunchen in een Jemenitisch visrestaurant, een leuke ervaring. Er zijn meerdere mogelijkheden om te eten. In een grote ruimte waar je op de vloerbedekking kunt gaan zitten of in een, met lage muurtjes, afgebakend deel. Deze ruimtes zijn alleen voor mannen. Ernaast zijn nog gesloten "privé-hokjes" voor vrouwen en/of families. Als niet-moslims mogen wij tussen de mannen op de vloer plaatsnemen. De geserveerde tonijn en kingfish met rijst is om je vingers bij af te likken. Dan doen we ook, want geheel volgens de traditie eten we met onze handen.
De laatste avond overnachten we in het dorpje, zodat we morgenvroeg dichtbij de haven zijn voor de eerste boot.
Er is een festival gaande waar honderden mensen op af komen. Er zijn kraampjes met eten, drinken en prullaria. Ook is er muziek en veel dans. Een paar tenten dienen als relaxruimtes, waar mannen aan het chillen zijn. Ons wordt thee aangeboden. Bovendien worden we steeds aangesproken door mensen die ons bijzonder vinden. Omani’s zijn super vriendelijk, we gaan steeds meer van ze houden.
Bedoeïnen nederzetting
Via Pistenkuh hebben we een woestijntrack door Wahiba Sands. We willen de route van zuid naar noord rijden te beginnen bij de Bedoeïen nederzetting Qayd.
Aan het begin van de route drinken we nog een kop koffie tussen de locals. De mensen leven hier deels primitiever dan in andere delen van het land. Er zijn geen straten en de meeste “huizen” zijn eigenlijk tenten. De mensen zijn wel erg vriendelijk, ze zwaaien en wijzen ons de weg. Maar na een paar kilometer ploeteren door het diepe zand, heuvel op, heuvel af, houden we het voor gezien. Soms moeten heuvels diagonaal worden genomen zodat de auto steeds zijwaarts trekt. We zijn met 3600 kilo simpelweg te zwaar. Beetje teleurgesteld gaan we terug naar de asfaltweg en maken een nieuw plan.
Sur
Dat nieuwe plan wordt ondermeer een bezoek aan het stadje Sur. Eerst op zoek naar een autowasstraat, het zout van de laatste dagen moet er maar eens zorgvuldig af. Bij de eerste twee pogingen zijn we te hoog, de derde is een truckwash in de buitenlucht. Terwijl wij zelf het dak doen, wordt de rest van de camper zorgvuldig gewassen door een paar Pakistani. De aandrijfas wordt zelfs doorgesmeerd. En als we vragen wat het kost? Gratis. Geen idee waarom, dus we geven een flinke fooi.
Daarna verlengen we ons visum bij een immigratiekantoor buiten de stad. Modern gebouw, vriendelijke medewerker, en alles loopt opvallend efficiënt. Overheidsgebouwen zijn hier trouwens perfect onderhouden en groots van opzet. We mogen nu blijven tot 1 maart.
Terug in Sur trakteren we onszelf op lunch aan het strand. De porties zijn zoals altijd gigantisch, dus we vragen om een doggybag. Rijst en Libanees brood gaan netjes verpakt mee, en daar eten we ’s avonds nog een keer van.
We wandelen nog wat door de stad en merken meteen dat we in het toeristische deel van Oman zijn beland. Overal westerse reizigers in huurauto’s, vaak met daktent. Bij een uitkijkpunt maken we foto’s van de stad en de brug over het binnenmeer.
Even verderop kijken we bij een potje cricket van Bangladeshi jongeren die in een textielfabriek werken. Ze lijken tevreden met hun leven hier, al is een Omaans paspoort krijgen blijkbaar niet eenvoudig.
Sur telt maar liefst 107 moskeeën, en dat zie je: waar je ook kijkt, er staat wel een minaret. De Old Souk is helaas dicht vanwege bidtijd.
Wadi Shab
Op het parkeerterrein bij Wadi Shab is het nog heerlijk rustig als we er rond een uur of zeven ontwaken. We eten snel ons bakje yoghurt en lopen richting de ingang van de wadi. We hebben er zin in! Voor wie het niet weet: een wadi is een rivierdal in een droge omgeving, waar (zeker in Oman) vaak water te vinden is. In dit geval een kloof tussen hoge bergwanden waar water doorheen stroomt. Tussen de grote rotsblokken liggen poeltjes met kraakhelder water, in de mooiste blauwe kleuren.
Om te starten maak je met een bootje een kleine oversteek (kosten: 1 riyal p.p.). Daarna volgt een wandeling door de kloof van zo’n 45 minuten. Er groeit hier wat flora, vooral palmbomen. Dan komt het punt waar je te voet niet verder kunt: zwemmen is de enige optie. Gelukkig waren we daarop voorbereid met een waterdichte tas en een paar oude schoenen.
We zwemmen verder van poeltje naar poeltje, in heerlijk warm en schoon water. Dit is precies het soort avontuur waar we blij van worden. Daarna volgt een ultra smalle kloof waar je maar nét doorheen past. Best spannend, maar ook zó leuk. Die leidt naar een soort grot waar je in zwemt. Via een touw klim je omhoog langs de gladde rotsen en zo kom je weer bij een volgende poel. Af en toe is het echt even klauteren en doorzetten, maar dat maakt het juist uitdagend. Hier eindigt het feest, want de passages daarna zijn simpelweg te moeilijk.
Op de terugweg zien we hoe verstandig het was om deze wadi vroeg te bezoeken. Drommen toeristen, vooral Duitsers, Indiërs en Pakistani, komen ons tegemoet. Als we rond het middaguur het parkeerterrein weer bereiken, staat het afgeladen vol.
Wadi Tiwi
Even verderop ligt Wadi Tiwi: een totaal andere beleving. Vanaf de hoofdweg gaat een smalle, soms erg steile weg de kloof in, een kilometer of zes. Onderweg rijden we langs hoge wanden en steile afgronden. Uitdagend… en dus fantastisch! Af en toe passeren we wat huizen, en helemaal aan het eind ligt een dorpje met de naam Mibam.
Het leuke is dat het hier vele malen minder toeristisch is. Net boven het dorpje vinden we een plekje met een mooi uitzicht. We maken een alternatieve wandeling, niet volgens de gebaande paden, richting de wadi. En min of meer toevallig belanden we in een labyrint van irrigatiesystemen: ingenieus aangelegde stroompjes tussen palmbomen en rotsen, met overal kleine paadjes. Dit zijn traditionele waterkanaaltjes (falaj), waarmee het water slim verdeeld wordt naar de tuinen en palmbossen in de vallei. Je ziet overal kleine aftakkingen en mini-sluizen die bepalen waar het water naartoe gaat.
Na het ruige klauter- en zwemwerk in Wadi Shab voelt dit als een groene oase waar je vanzelf rustiger van wordt. Echt fantastisch. Uiteindelijk bereiken we de waterval, met daaronder weer een aantal poelen. We kunnen het niet laten en springen er direct in. Na een half uurtje in deze adembenemende omgeving gaan we weer snel terug naar de camper, voordat het donker wordt. Wat een dag!
Muscat
In Muscat starten we de dag met een wandeling. De stad bestaat uit verschillende stadsdelen, gescheiden door heuvels, bergruggen of wegen. We lopen eerst over zo’n bergrug. Omdat ze hier een kabelbaan aan het bouwen zijn, is het pad onbruikbaar. We moeten zelf onze weg kiezen en belanden daardoor op steile berghellingen.
“We hebben het weer gered, hoor…”
Met veel handen- en voetenwerk bereiken we gelukkig weer een begaanbaar pad. Dit leidt ons vrij snel naar de souq, de lokale overdekte markt. Het is er één en al gezelligheid, met leuke winkeltjes vol traditie. Deels toeristisch, maar erg leuk en vooral niet opdringerig.
We kopen allebei een hoofddoek: voor Cor eentje in “desert”-stijl en voor Grietje zo gevouwen dat ze de moskee in kan. Het voelt alsof we ons een beetje aanpassen aan de plek.
Even verderop drinken we op de boulevard een kop koffie. We blijven een tijd zitten en kijken hoe het leven hier rustig voorbij schuifelt. Aan de overkant ligt een enorm cruiseschip, ook Muscat wordt dus gewoon aangedaan.
Terug bij de camper raken we aan de praat met een Zwitsers stel. Ze zijn inmiddels al zeven maanden onderweg, en dat horen we meteen aan de verhalen.
We gaan nog even water tanken, wat hier in Oman eigenlijk altijd makkelijk te regelen is. Vaak kun je bij een moskee terecht, maar deze keer rijden we naar een klein “waterfabriekje”. Hier worden vrachtwagentjes met water gevuld. Eén van de mannen wil ons helpen met zijn enorme slang. We zeggen nog dat dat vast niet gaat werken, maar even later zijn Cor en de chauffeur drijfnat doordat het water met flinke druk alle kanten opspuit. Gelukkig is het mooi weer en drogen we snel weer op. Als dank geven we de mannen een handvol dadels.
Muscat blijkt qua oppervlakte een enorm grote stad, of eigenlijk een agglomeratie. Er wonen zo’n 1,7 miljoen mensen in talloze stadsdelen. Onze indruk: een moderne stad, met mensen die het goed hebben. Iedereen is respectvol. Ondanks dat religie duidelijk aanwezig is, is men opvallend tolerant tegenover niet-moslims. We voelen ons hier snel op ons gemak.
Sultan Qaboos Grand Moskee
‘s Avonds komen we al aan op het parkeerterrein van de Sultan Qaboos Grand Moskee. Ondanks de borden dat er ’s avonds na 22.00 uur niet meer geparkeerd mag worden, krijgen we toch toestemming om er te overnachten.
Dat geeft ons mooi de kans om alvast een rondje om de moskee te lopen in het donker. De verlichting van het bouwwerk is ronduit spectaculair.
‘s Ochtends lopen we rond 8 uur richting de ingang. Maar helaas: de hoofddoek die Grietje gisteren had gekocht, voldoet niet aan de eisen. Het blijkt een ‘mannenexemplaar’ te zijn. Gelukkig hebben we nog een andere in de camper, die wél wordt goedgekeurd.
Eenmaal binnen kom je ogen tekort. Alles is enorm: gigantisch groot, indrukwekkend en prachtig. Woorden schieten tekort. Maar goed, na deze persoonlijke indrukken wat feiten. De moskee werd geopend in 2001 en kan ongeveer 20.000 gelovigen tegelijkertijd herbergen. In het oog springen vooral de enorme kroonluchter en het handgeknoopte tapijt van maar liefst 4.300 m². Buiten de gebedstijden zijn bezoekers, dus ook niet-moslims, van harte welkom.
De moskee is niet overdreven in glitter en glamour, maar past perfect bij hoe wij Oman tot nu toe hebben leren kennen: traditioneel, vriendelijk, met een rustige vorm van rijkdom en open naar andere geloven. Ook de vrije toegang past bij het warme welkom dat je hier krijgt.
Voor ons wel een klein minpuntje: de enorme hoeveelheid toeristen die erop afkomen. Duizenden per dag, complete busladingen tegelijk. Op jaarbasis gaat het naar schatting om ruim een miljoen bezoekers. Ons advies hier, net als op veel andere plekken: ga vroeg. Maar eerlijk is eerlijk, het is het meer dan waard.
Na het bezoek aan de moskee gaan we op zoek naar een garage voor een oliewissel en een nieuw dieselfilter. Maar omdat er in Oman nauwelijks dieselauto’s zijn, krijgen we tot drie keer toe “nee” te horen. Pas bij de derde garage lukt het: zij kunnen het juiste filter bestellen, geholpen door een uiterst vriendelijke Pakistaan.
Na Muscat gaan we nog meer bergen, kloven en wadi's verkennen. Lees verder in Oman (deel 3)