Reisperiode februari 2026
Buiten het feit dat Dubai en Abu Dhabi bekende namen zijn, weten we eigenlijk maar weinig van de Verenigde Arabische Emiraten. Tijd om ons daar eens in te verdiepen.
De VAE is ongeveer twee keer zo groot als Nederland. In 1971 werden de zeven toenmalige emiraten samengevoegd tot één land. Tot die tijd waren het afzonderlijke sjeikdommen die onder Brits protectoraat stonden. De ontwikkeling van het land is, mede dankzij de olievondsten, in razend tempo gegaan. In de jaren vijftig en zestig bestond het gebied nog uit een aantal kleine nederzettingen die grotendeels leefden van parelvisserij, handel en visserij. Slechts ongeveer tien procent van de huidige bevolking bestaat uit oorspronkelijke Emirati’s. De rest is expat of arbeidsmigrant. Politieke invloed is, zij het beperkt, voorbehouden aan de oorspronkelijke bevolking. Arbeidsmigranten komen niet in aanmerking voor het staatsburgerschap. We spraken met veel mensen en vrijwel iedereen gaf aan tevreden te zijn over het leven en het systeem hier. Zolang het economisch goed gaat, zal dat vermoedelijk ook zo blijven.
Gastvrijheid
Vanuit Musandam in het noorden rijden we het land binnen. Na wat praktische zaken in Ras al Khaimah duiken we eerst de bergen in. We hebben een tip gekregen voor een mooie wandeling.
Bij aankomst aan het begin van een kloof, waar we ook prima kunnen overnachten, worden we vrijwel direct aangesproken door voorbijgangers. Mensen zijn nieuwsgierig en maken graag een praatje. Voor we het weten krijgen we van alles aangeboden. Fruit, snacks, zelfs complete maaltijden. De gastvrijheid is indrukwekkend.
Wandeling in Wadi Naqab
We hebben ons weer eens flink vergist. We dachten een ochtendwandeling van een paar kilometer te maken, maar het draaide uit op een stevige klim met stijgingspercentages van soms boven de twintig procent. De route voert door de kloof waar we regelmatig met handen en voeten over de rotsen klauteren. De steile rotswanden naast ons zijn indrukwekkend en maken het landschap ruig en groots.
Halverwege beginnen we het toch behoorlijk te voelen. De zon staat inmiddels hoog en de warmte blijft tussen de rotswanden hangen. We hadden genoeg water mee voor een korte wandeling, maar dit voelt ineens als een serieuze tocht. Toch zetten we door, in de veronderstelling dat er aan het einde vast een spectaculair uitzicht op ons wacht.
Dat loopt anders. Geen panorama, maar een verlaten dorp.
We zien verschillende bouwwerken en kleine stukjes land waar vermoedelijk vee graast. Er is niemand aanwezig, maar het lijkt erop dat hier in bepaalde seizoenen nog mensen verblijven. We eten onze meegebrachte lunch tussen de oude muren, in de schaduw van een vervallen huis.
Uitgerust beginnen we aan de terugtocht. Uiteindelijk blijkt het een verrassend mooie en intensieve tocht te zijn.
Dubai
Met onze eigen 4x4-camper Dubai binnenrijden, hoe vet is dat?
We verlaten de bergen en het landschap verandert snel in een uitgestrekte zandwoestijn. Tussen de duinen verschijnt steeds meer bebouwing, en vooral veel bouwwerkzaamheden. De weg is van perfecte kwaliteit, vier en soms zelfs vijf rijstroken breed. In de verte komt de skyline langzaam dichterbij. Hoge torens tekenen zich af tegen de lucht. We voelen lichte spanning terwijl we de stad inrijden. We vinden een plekje op een parkeerplaats bij het strand, net buiten het drukke centrum, waar we kunnen overnachten. Dit wordt voorlopig onze tijdelijke thuisbasis.
Vanaf hier hebben we een busverbinding naar het dichtstbijzijnde metrostation. De eerste rit blijkt alleen geen succes. De sfeer in de bus is niet geweldig. Het aircosysteem maakt een oorverdovend lawaai en de ramen zijn volledig beplakt met donkere folie. Begrijpelijk tegen de felle zon, maar het maakt het lastig om naar buiten te kijken en de omgeving goed in ons op te nemen.
De buschauffeur is kennelijk nieuw op de lijn en lijkt de route niet goed te kennen. We rijden door nauwe straatjes en moeten meerdere keren steken. Uiteindelijk bereiken we het metrostation en hebben we alvast een deel van de stad gezien.
Dubai Frame
Met de metro gaan we naar onze eerste stop, de Dubai Frame. Het is precies wat de naam doet vermoeden, een gigantische fotolijst in het landschap. Alleen dan 150 meter hoog en 93 meter breed. Binnen krijg je eerst een overzicht van de geschiedenis van Dubai. Vervolgens neem je de lift in één van de poten naar boven. Daar wacht een indrukwekkend uitzicht over zowel het oude als het nieuwe Dubai. Het contrast tussen de historische wijken en de moderne skyline is goed zichtbaar. Het looppad bovenin heeft gedeeltelijk een glazen vloer. Je kijkt dus 150 meter recht naar beneden. Even slikken.
Via de andere poot daal je weer af. Beneden volgt een futuristische presentatie over hoe Dubai er in 2050 mogelijk uit zou kunnen zien. Het geheel is behoorlijk toeristisch, maar later zal blijken dat heel Dubai op toerisme drijft.
Burj Khalifa en de fonteinen
Met de metro nemen we de rode lijn naar het hoogste gebouw ter wereld, de Burj Khalifa. Het is inmiddels donker wanneer we aankomen bij de fonteinen in het kunstmatige meer voor het gebouw. Hier worden we even stil. Het is er druk. Heel druk.
De show zelf duurt maar een paar minuten, maar in die korte tijd gebeurt er van alles. Water, licht en muziek vormen samen een indrukwekkend geheel, met de prachtig verlichte toren op de achtergrond. Groots, indrukwekkend!
Dubai Mall
Om bij de fonteinen te komen moeten we dwars door de Dubai Mall. Ook daar kijken we onze ogen uit.
De afwerking, de schaal, de luxe winkels, het enorme aquarium, alles is groter dan groot. Met ruim 1.200 winkels is het één van de grootste winkelcentra ter wereld. Voor ons heeft het weinig te bieden, we hebben niets nodig. Maar indrukwekkend is het zonder meer.
We kopen een ijsje. € 12,50. We delen het samen. Het was het lekkerste ijs dat we ooit hebben gehad.
Wildkamperen in de stad
Op het op zich rustige parkeerterrein werd de rust afgelopen nacht toch behoorlijk verstoord. Mannen waren bezig de strepen tussen de parkeervakken opnieuw wit te kalken. De verfmenger op het vrachtwagentje draaide de hele nacht door met een hels kabaal. Oordoppen bleken niet voldoende. Weinig slaap dus, maar goed, dat hoort erbij.
Omdat het busvervoer gisteren niet helemaal soepel verliep, nemen we vandaag via de plaatselijke app een prima betaalbare taxi. Onderweg vertelt de chauffeur dat hij uit India komt en één keer per jaar een maand teruggaat naar zijn vrouw en achtjarige zoontje. Ondertussen stuurt hij maandelijks geld naar huis. Zijn huisvesting wordt door zijn werkgever geregeld. Hij zegt dat hij tevreden is met zijn leven hier.
Deira Souk
Vlak bij de Creek, het water dat door het oudste deel van de stad loopt, ligt de Deira Souk. De markt is populair bij toeristen en het aanbod is dan ook grotendeels voorspelbaar. Kraampjes met kruiden, parfums en souvenirs wisselen elkaar af. Toch voelt het levendig en sfeervol.
Terwijl we rondlopen ontdekken we een typisch islamitische gewoonte. Voor een winkel heeft zich een groep traditioneel geklede Iraanse moslims verzameld. Eén voor één gaan ze met hun paspoort naar binnen. Even later komen ze weer naar buiten met een bedrag van 50 dirham, ongeveer € 12,50. Het gaat om minder bedeelde Iraniërs die dit geld ontvangen van een welgestelde winkelier.
Ook op andere plekken zien we mensen uitdelen aan wie het minder heeft. Tijdens de ramadan speelt liefdadigheid een belangrijke rol. In de islam is het geven van een deel van je vermogen aan armen een religieuze plicht. Voor wie daartoe in staat is, bedraagt die bijdrage doorgaans 2,5 procent van het bezit dat boven een bepaalde grens uitkomt.
Het is bijzonder om dat van zo dichtbij te zien, mensen die elkaar helpen.
Bastakiya
We steken de Creek over met een abra, een traditioneel houten bootje dat nog altijd dienstdoet als watertaxi. Veel toeristen maken er gebruik van, maar ook locals stappen gewoon op voor de overtocht.
Aan de overkant ligt de historische wijk Bastakiya, waar het merkbaar rustiger is en de sfeer ontspannen aanvoelt. De smalle straatjes en zandkleurige gebouwen geven het gebied een heel ander karakter dan het moderne Dubai.
Op een terrasje nemen we plaats en kijken we naar de mensen die voorbijlopen. Het is een bonte verzameling van nationaliteiten. Lokale bewoners, expats en toeristen vormen samen een internationaal en gevarieerd gezelschap.
Natuurlijke koeling
Het hete Dubai staat niet alleen bekend om moderne airconditioning, maar ook om slimme, traditionele vormen van koeling. In de historische wijk zien we de karakteristieke windtorens die vroeger werden gebruikt om gebouwen op natuurlijke wijze te verkoelen.
Deze torens vangen op het dak de wind op en leiden de lucht naar beneden het gebouw in. Zo ontstaat een luchtstroom waarbij koelere lucht naar binnen wordt gebracht en warme lucht wordt afgevoerd. Een ingenieus systeem dat al eeuwenlang wordt toegepast.
We zagen een vergelijkbaar principe eerder in Harare, Zimbabwe. Ook daar wordt gebruikgemaakt van natuurlijke ventilatie om gebouwen koeler te houden.
Iftar, eet maar mee
’s Avonds, terug op het parkeerterrein, gebeurt er iets bijzonders. Zodra de zon onder is, rijden er opeens tientallen auto’s het terrein op. Mensen leggen kleedjes naast hun auto en binnen de kortste keren verschijnen er tassen vol eten. De vastentijd van die dag is voorbij, er mag weer gegeten en gedronken worden. Wat een feestelijke sfeer.
Op een kleedje vlak naast onze camper neemt een jong stel plaats. Arbeidsmigranten uit Egypte. We worden uitgenodigd om aan te schuiven.
De volgende ochtend, tijdens ons ontbijt, stopt er een fietser. Het gebeurt vaker dat mensen bij het zien van onze camper even een praatje komen maken. Zeker wanneer ze merken dat we een onbekend kenteken hebben.
Deze keer is het een Ethiopische arbeidsmigrant. We zijn over en weer nieuwsgierig. Hij woont en werkt hier al 25 jaar, samen met zijn vrouw en kind. Het leven bevalt hem goed. Eén keer per jaar bezoekt hij zijn thuisland. Ze zouden graag het staatsburgerschap van de Emiraten krijgen, maar dat zal waarschijnlijk nooit gebeuren. Die rechten zijn vrijwel uitsluitend voorbehouden aan de oorspronkelijke bevolking, die nog maar zo’n tien procent van de totale bevolking uitmaakt.
Rond de middag gaan we naar het strand. Super schoon zand, helder water en vooral een heerlijke douche.
Alserkal Avenue
Later rijden we over een twaalfbaansweg richting het zuiden. Alleen dat al voelt typisch Dubai.
We bezoeken Alserkal Avenue, een verzameling voormalige pakhuizen die zijn omgebouwd tot galerieën, hippe winkels en bijzondere eetgelegenheden. Het publiek lijkt vooral te bestaan uit creatieve, vermogende inwoners en hier en daar een toerist. Bijzonder om hier even rond te lopen en het andere gezicht van de stad te zien.
Tegen het einde van de middag vinden we een plekje bij een moskee om te overnachten.
Palm Jumeirah
We beginnen de dag met een prettig gesprek met Robert, een 25-jarige Nederlander die met zijn Mitsubishi L300 de wereld rondreist en naast ons is komen staan.
Daarna trekken we naar het hart van het moderne Dubai: Palm Jumeirah en Dubai Marina. Twee iconische plekken die je eigenlijk gezien moet hebben. We nemen de tram naar het begin van het palmeiland. Het eiland, in de vorm van een palmblad en aangelegd met hulp van onder meer Nederlandse baggeraars, overtreft onze verwachtingen. Wat hier in zee is gebouwd, is nauwelijks te bevatten.
Halverwege het eiland, bij het begin van de ‘bladeren’, ligt boven op een gigantisch winkelcentrum een uitzichtplatform. Dagelijks gaan hier duizenden mensen voor ongeveer € 25 per persoon omhoog om het panorama te bewonderen. Als we de lange wachtrij zien, twijfelen we even, maar besluiten toch te gaan. We zijn hier tenslotte maar één keer.
Na een uur wachten start een presentatie over het ontstaan van het project. De getallen zijn zo groot dat elk gevoel voor schaal verdwijnt. Pas wanneer de lift ons naar de 52e verdieping brengt en de deuren opengaan, dringt het echt door.
Boven wacht een spectaculair uitzicht. In alle richtingen zien we villa’s met eigen zwembaden en privéstranden, strak gerangschikt in perfecte symmetrie. Alles klopt. Alles is gepland. Alles is gemaakt!
Van bovenaf oogt het onwerkelijk, alsof je naar een maquette kijkt in plaats van naar een echte woonwijk. Het is indrukwekkend, zonder twijfel. Tegelijk voelt het ver weg van ons eigen eenvoudige leven in de camper beneden naast de moskee.
Dubai Marina
Later nemen we een taxi naar Dubai Marina. Opnieuw zo’n stadsdeel dat je eigenlijk met eigen ogen moet zien om het te begrijpen.
Uitgestrekte waterpartijen, jachthaventjes, winkels en restaurants, omringd door hoge woontorens, vormen samen een bijna surrealistisch decor. De luxe spat ervan af. Duizenden mensen wandelen langs de boulevard, genieten van een kop koffie, een ijsje of een boottocht. De sfeer is ontspannen en verrassend gemoedelijk voor zo’n groots opgezette omgeving.
JBR-strand
Even verderop ligt het JBR-strand, met uitzicht op het 250 meter hoge reuzenrad Ain Dubai.
Wanneer het donker wordt, verandert de sfeer opnieuw. Duizenden lichtjes maken het geheel sprookjesachtig. En toch is het allemaal echt.
We trakteren onszelf op een etentje bij een Grieks restaurant. De uiterst vriendelijke medewerkers, afkomstig uit allerlei landen, blijken veelal studenten te zijn. Moe van alle indrukken en na ruim 20.000 stappen nemen we de tram terug naar ons eigen huisje.
Love Lakes
Wij gaan de stad uit en de woestijn in. Net buiten Dubai beginnen de zandduinen al. Een totaal andere wereld. We zijn op weg naar de Love Lakes. Blijkbaar hebben de Emirati’s gedacht dat als het niet natuurlijk aanwezig is, dan maken we het toch gewoon.
Het blijft een bizarre gewaarwording. Midden in de woestijn, zo’n vijftig kilometer buiten Dubai, ineens twee grote kunstmatige meren. Het thema van twee in elkaar overlopende hartjes is op de grond eigenlijk zinloos. Het geheel is zo groot dat je de vorm alleen vanuit de lucht herkent.
De bodem van de plassen is bekleed met folie. De duizenden aangeplante bomen eromheen worden via een druppelsysteem kunstmatig in leven gehouden. De hoeveelheid water die hier doorheen gaat moet immens zijn. In het water zwemmen grote goudvissen en op de oevers zien we allerlei vogels die hier onder natuurlijke omstandigheden waarschijnlijk nooit zouden overleven.
En wat levert het op? Het gebied trekt dagelijks honderden dagjesmensen. Veel Aziatische families komen hier recreëren, wandelen of uitgebreid picknicken op het gras. Voor hen is het een ontspannen uitje in een verder kurkdroge omgeving.
Op een Google Earth foto zie je pas echt hoe groot het is en hoe perfect die twee harten in het zand zijn uitgesneden.
Jebel Hafeet
Onderweg naar Al Ain rijden we over een brede achtbaansweg midden door de woestijn. Althans, door wat er nog over is van de oorspronkelijke zandduinen. Overal is gebouwd of wordt gebouwd. Wie denkt dat het wel klaar is in de Emiraten heeft het faliekant mis. De ontwikkeling gaat in een nauwelijks bij te houden tempo door.
In Al Ain beginnen we aan de klim naar de Jebel Hafeet. De speciaal aangelegde bergweg met zijn vele scherpe bochten stijgt bijna duizend meter. Hij staat regelmatig in lijstjes van mooiste bergwegen ter wereld. De uitzichten zijn indrukwekkend, met aan de ene kant de uitgestrekte woestijn en aan de andere kant de groene vlek van Al Ain. Toch denken wij niet dat deze weg in de absolute top thuishoort. We prijzen ons vooral gelukkig dat het maandagochtend is en er weinig drukte is.
Al Ain Oasis
Na de afdaling nemen we een kijkje in de Al Ain Oasis. Hier ligt eigenlijk de oorsprong van de stad. Al Ain is een van de oudste permanent bewoonde plekken in de Emiraten en dankt zijn bestaan aan het water dat hier al duizenden jaren uit de grond wordt gehaald.
Het hart van de oase wordt gevormd door het eeuwenoude falaj irrigatiesysteem. Via ondergrondse kanalen wordt water vanuit de bergen naar de dadelplantages geleid. Het systeem stamt deels uit de ijzertijd en werkte op basis van zwaartekracht. Iedere familie had recht op een vast deel van het water, zorgvuldig verdeeld in tijdsblokken. Bijzonder om te bedenken dat zonder deze techniek leven hier simpelweg niet mogelijk was.
Tegenwoordig is de oase netjes ingericht voor bezoekers. Mooie wandelpaden, kleine moskeeën en zelfs een canopywandeling zorgen voor een ontspannen sfeer. Tussen de dadelpalmen is het koel en groen, een behoorlijk verschil met de moderne stad en de brede snelwegen eromheen.
Nachtje in de woestijn
Eigenlijk zoeken we iets anders. Meer ruimte. Meer stilte. Iets dat niet is aangelegd, niet is ontworpen, maar er gewoon is.
Dit vinden we onderweg naar Abu Dhabi. We slaan af van de grote weg en rijden de woestijn in. Even later staan we alleen. Geen verkeer, geen gebouwen, geen verlichting. Alleen zand. We overnachten midden tussen de duinen. Wat voelt dit weer vertrouwd en goed. De stilte is bijna hoorbaar. Geen mensen, geen glitter en glamour, alleen de wind die hier en daar wat zand doet opstuiven.
Zand, zand en nog eens zand, het verveelt geen moment. De vormen, de lijnen, het spel van licht en schaduw, we genieten. Dit is de echte natuur. Puur, leeg en groots.
Louvre
Toch hebben we onze zinnen gezet op het Louvre in Abu Dhabi. Zo’n museum die je gezien moet hebben. Daar dachten bijna anderhalf miljoen bezoekers vorig jaar ook zo over.
Binnen moeten we ons eerst even zien te verhouden tot de duizenden selfies makende Aziaten om ons heen. Het hoort er blijkbaar bij, maar het is niet helemaal onze manier. De beeldende kunst in het eerste deel raakt ons eerlijk gezegd niet echt. Later zien we schilderijen en handgeknoopte tapijten die meer tot de verbeelding spreken. Toch is het vooral het gebouw zelf dat diepe indruk maakt.
Het museum is ontworpen door de Franse architect Jean Nouvel. Zijn idee was om een moderne versie van een Arabische medina te creëren, met witte gebouwen die als een klein stadje onder een enorme koepel liggen. Die koepel is bijna 180 meter in doorsnee en bestaat uit meerdere lagen met een geometrisch patroon. Daardoor valt het zonlicht gefilterd naar binnen als een soort lichtregen. Het effect beweegt mee met de stand van de zon en zorgt voor een spel van licht en schaduw dat steeds verandert.
Opvallend is ook de samenwerking met Frankrijk. Abu Dhabi betaalt honderden miljoenen euro’s om dertig jaar lang de naam Louvre te mogen gebruiken en kunstwerken te lenen uit Franse musea.
Naast het Louvre maken we een foto van het in aanbouw zijnde Guggenheim. Dat museum wordt ontworpen door Frank Gehry en moet het grootste Guggenheim ter wereld worden. Daar gaat ons hart écht sneller van slaan. Het ziet er nu al veelbelovend uit.
Met de stadsdrukte van Dubai nog vers in het geheugen voelen we weinig behoefte om opnieuw de drukte in te duiken. We besluiten iets heel praktisch te doen en zoeken een wasserette op om de inmiddels volle vuilniszak met was weg te werken. Ook dat is reizen.
RAMADAN
Sheikh Zayed Grand Mosque
Aan het eind van de middag bezoeken we onze laatste Abu Dhabi-highlight, de Sheikh Zayed Grand Mosque.
Het is een van de grootste moskeeën ter wereld en ze overtreft zelfs de Sultan Qaboos-moskee in Muscat waar we eerder zo van onder de indruk waren. De schaal is enorm. Witte marmeren zuilen, tientallen koepels en vier ranke minaretten bepalen het silhouet.
De toegang is enerzijds wat commercieel georganiseerd. Je loopt via een ondergrondse passage met winkels en cafés naar het plein. Anderzijds is de entree volledig gratis en staat de moskee nadrukkelijk open voor bezoekers van alle achtergronden.
De moskee is vernoemd naar sjeikh Zayed bin Sultan Al Nahyan, de stichter en eerste president van de Verenigde Arabische Emiraten. Hij speelde een sleutelrol bij de vorming van het land in 1971. De moskee is niet alleen een gebedshuis, maar ook een nationaal symbool van eenheid en tolerantie. Sjeikh Zayed ligt hier zelf begraven.
Wat deze avond voor ons extra bijzonder maakt, is dat we mogen aanschuiven bij de iftar, de maaltijd waarmee moslims na zonsondergang het vasten verbreken. Tijdens de ramadan worden hier dagelijks tienduizenden maaltijden uitgedeeld, aan zowel moslims als niet-moslims. Het is indrukwekkend hoe strak en georganiseerd dat verloopt.
Op lange uitgerolde tapijten staan de dozen netjes uitgestald. Ook wij worden uitgenodigd een plekje te zoeken tussen families, stelletjes en gezinnen met kinderen.
Om 18.24 klinkt een harde knal, het teken dat het vasten verbroken mag worden. Volgens de traditie begin je met een dadel en wat drinken, vaak laban. Daarna volgt het gebed en pas daarna de maaltijd. Behalve het gebed volgen wij de traditie.
De doos is royaal gevuld met rijst, groente, fruit en een heerlijk gekruide halve kip. Na de maaltijd gaan we de moskee in. Alles ademt grootsheid. De sfeer is gemoedelijk en overal klinkt een gedempt geroezemoes.
Wat ons misschien nog het meest bijblijft, is niet alleen de architectuur, maar het gevoel van saamhorigheid tijdens de iftar.
Moreeb Dune
Om een nog beter beeld te krijgen van het achterland verlaten we Abu Dhabi richting het zuiden. Een rit van zo’n 250 kilometer naar Moreeb Dune, diep in de Liwa-regio aan de rand van de Rub al Khali.
De weg voert door de grote woestijn, maar het gevoel van echte leegte blijft uit. Ook hier is gebouwd of wordt volop gebouwd. En dat op dor zand waar geen druppel water lijkt te zijn. Zo ver het oog reikt lopen enorme hoogspanningslijnen die de horizon wat ons betreft flink bederven.
Dan doemt de eerste bewoning op, het dorpje Zayed. Alles oogt ultra modern. Brede wegen, nette gebouwen, strak aangelegd. Maar waarom juist hier?
Langzaam verandert het landschap. De duinen worden hoger, scherper en indrukwekkender. De asfaltweg slingert er strak tussendoor, samen met een eindeloze rij lantaarnpalen.
Dan bereiken we Moreeb Dune. Het blijkt een enorm festivalterrein tussen hoge zandheuvels. Moreeb, ook wel Tal Moreeb genoemd, geldt als een van de hoogste duinen van de Verenigde Arabische Emiraten. De duin rijst meer dan driehonderd meter boven het omliggende landschap uit en is berucht onder 4x4-rijders. Tijdens het jaarlijkse Liwa Festival proberen auto’s en motoren de steile helling te beklimmen, een spektakel dat honderdduizenden bezoekers trekt. Nu is het stil. Wij zijn de enigen.
We kamperen op een stukje asfalt. De bandenspanning kan dus gewoon blijven zoals hij is, dat scheelt. Uniek voelt het niet.
Naar de grens
En dan komt het onvermijdelijke...naar de grens...het land verlaten. We hebben nog een rit van 350 kilometer voor de boeg, voornamelijk door een landschap van glooiende zandduinen. Helaas wordt het beeld op deze prachtige duinen verstoord door een oneindige wirwar aan hoogspanningsmasten. Zelfs de veelvuldig aanwezige lantaarnpalen leiden tot verwondering. Maar goed, het wegdek is perfect en we schieten lekker op.
We kijken terug op elf intensieve dagen in de Verenigde Arabische Emiraten. We hebben een eigen beeld kunnen vormen van een land welke regelmatig het internationale nieuws bereikt.
We zagen een land met een onbeperkte ambitie om het mooiste en het grootste te zijn. In veel opzichten hebben ze dat ook bereikt, samen met de hulp van miljoenen arbeidsmigranten. De gastvrijheid is oneindig, We spraken met meerdere mensen en allen waren ze positief over hun leefomstandigheden. De kritische kantekening die wij zetten is dat de expansiedrift en maakbaarheid leidt tot onherstelbare schade aan moeder aarde, de aarde die wij in essentie zo indrukwekkend vinden. Maar gebeurt dit niet wereldwijd?
Op naar Qatar.