April/Mei 2026
Vele jaren hebben we Syrië in het nieuws voorbij horen komen. Vreselijke gevechten, bombardementen, een zeer ingewikkelde oorlog en miljoenen vluchtelingen, met een leider en regime die door grote delen van de wereld als hoofdoorzaak werden gezien.
Deze leider, Assad, kreeg het te heet onder zijn voeten en vluchtte in december 2024 naar het bevriende Rusland. Wat overblijft is een land in puin en miljoenen vluchtelingen, van wie velen inmiddels elders zijn geworteld. Hoe komt dit land er weer bovenop?
We vinden het erg bijzonder dat wij dit land kunnen bezoeken en kennis kunnen maken met de achtergebleven bevolking, hun talloze verhalen en hun werkelijk bijzondere gastvrijheid en vriendelijkheid. Ondanks dat het land nog lang niet stabiel is, hebben we ons geen moment onveilig gevoeld. Integendeel!
Syrië is anders dan de andere landen in het Midden Oosten die we bezochten. Het bestaat uit meerdere bevolkingsgroepen, waaronder christenen en diverse stromingen binnen de islam. Over het algemeen wordt het geloof hier iets minder streng beleden. Lang niet alle vrouwen dragen bijvoorbeeld een hoofddoek en velen zijn westers gekleed. Ook aan het vijf keer per dag bidden wordt door velen een eigen invulling gegeven.
Verrassend vinden wij de mediterrane sfeer aan de westkust. Met de vele olijfbomen in de bergen hebben we soms het idee in het binnenland van Portugal of Italië te zijn. De enorm rijke geschiedenis en de vaak goed bewaarde bouwwerken maken het een paradijs voor liefhebbers. Het land is ongeveer 4,5 keer zo groot als Nederland. Het aantal inwoners is momenteel lastig vast te stellen, mede door gebrekkige administratie rondom terugkerende vluchtelingen, maar schattingen voor medio 2026 liggen rond de 26 à 27 miljoen inwoners.
De Jordaans Syrische grens en eerste indrukken
We vervolgen onze weg naar de Jordaans Syrische grens. Op zich verloopt de overgang redelijk soepel, zij het niet dat een beambte “vergeet” het exitstempel in Grietje haar paspoort te zetten. Dat betekent dat we vanaf het laatste checkpoint terug moeten door diverse controles met officieren die het niet begrijpen. Met veel uitleg en vertalen lukt het uiteindelijk om alles recht te zetten. Het proces aan de Syrische kant verloopt daarna probleemloos.
Na de grensovergang worden we direct geconfronteerd met tentenkampen en de ruïnes van verwoeste huizen. We zijn een poosje stil wanneer we beseffen hoeveel mensenlevens hier zijn verwoest.
Naast deze tastbare herinneringen aan een zware periode zien we ook vruchtbare grond waar alweer van alles wordt verbouwd. Opvallend zijn de vele brommers op straat, soms met vijf of zes passagiers. Dat hebben we sinds Afrika niet meer gezien.
De weg is in relatief slechte staat en lijkt al jaren nauwelijks onderhouden. Overal zien we spelende kinderen.
Richting Golanhoogte
We nemen een afslag van de hoofdweg en komen uiteindelijk uit bij een checkpoint nabij de Golanhoogte, een betwist gebied dat grotendeels onder Israëlische controle staat.
Bij het checkpoint wijzen vriendelijk, gewapende Syrische militairen ons terug naar de hoofdweg. We kunnen niet verder. We draaien om en besluiten dat het tijd is om een plek voor de nacht te zoeken. Zomaar vrij in de natuur staan is hier niet geschikt. We zien een boerenschuur waar wat mensen rondlopen en vragen of we op het erf mogen staan.
Na die vraag worden we direct uitgenodigd bij de boer thuis. Hij biedt ons een slaapkamer, badkamer, diner en ontbijt aan. Hoe kunnen we dat afslaan?
We krijgen eerst een rondleiding over zijn land tussen olijfbomen en andere gewassen. Daarna gaan we naar zijn huis, waar we hartelijk worden ontvangen en een diner krijgen met lokale specialiteiten.
De boer spreekt goed Engels en we leren veel over de Syrische cultuur, zijn familie en zijn verhalen over de burgeroorlog, die hij zelf consequent “de revolutie” noemt.
We overnachten in de gastenkamer en vallen in slaap met het besef dat Syrië veel complexer is dan de beelden die wij jarenlang op televisie zagen.
De rit naar Damascus
We worden wakker in de gastenkamer en krijgen wederom heerlijk te eten. Veel specialiteiten en lekker zelfgebakken Arabisch brood. Terwijl de boer en zijn vrouw niet mee eten, ze hebben een ander dagritme, praten we over de situatie in Syrië. Onze gastheer en zijn vrouw blijken tijdens de revolutie te zijn gevlucht naar Saudi Arabië en zijn recent teruggekeerd. Drie van hun zes kinderen hebben zich definitief in Saudi Arabië gevestigd en zijn inmiddels al veertien jaar niet in hun geboorteland geweest. Over het vertrouwen in het nieuwe regime is de boer slechts gematigd positief.
Na het afscheid vertrekken we in noordelijke richting naar Damascus. Deels over binnenwegen en deels over de hoofdweg. Het is echt treurig wat we allemaal zien. Zoveel kapotgeschoten huizen en gebouwen, nauwelijks voor te stellen. Kogelgaten zijn overal zichtbaar.
Er wordt mondjesmaat ook wel nieuw gebouwd, maar zo goedkoop mogelijk is onze inschatting. We zien erg veel vrachtwagens met cement vanuit Jordanië komen, kennelijk bedoeld voor de wederopbouw. Tussen de dorpen zien we veel graanvelden en soms percelen met olijfbomen. De gronden hier bevatten veel lavastenen, die vaak aan de randen van de percelen zijn verzameld. Hier en daar staan tenten waar mensen wonen. De toestand is treurig. Er is weinig geld en nauwelijks betaald werk.
Netjes is het ook al niet. Autowrakken en veel vuilnis liggen langs de straat.
Damascus
Langzamerhand wordt het verkeer drukker en naderen we Damascus. We hebben afgesproken met ene Lucas, een jonge Nederlander die zijn geluk beproeft met het opzetten van een hostel in Damascus. Hij woont hier inmiddels een maand en kan ons al behoorlijk wegwijs maken in de stad.
We vinden een overnachtingsplekje op een parkeerplaats nabij het oude stadsgedeelte en maken een afspraak met een gids voor de volgende dag.
Op de vraag hoeveel mensen er in Damascus wonen antwoordt onze gids Akel dat hij het niet weet. Niemand weet hoeveel mensen tijdens de oorlog zijn gevlucht of hoeveel mensen juist naar Syrië zijn gekomen. Evenmin weet men hoeveel mensen er inmiddels weer zijn teruggekeerd.
We staan aan het begin van een zeer indrukwekkende dag. Een dag waarop we leren dat Damascus, in de zin van aantallen doden en verwoeste gebouwen, niet het zwaarst is getroffen. Veel historische gebouwen zijn nog intact en zo kunnen we een stuk van de geschiedenis van de stad toch goed bekijken. Dat die geschiedenis rijk is, bewijzen de oneindige verhalen van Akel wel.
De geschiedenis gaat terug tot ver vóór de jaartelling. Romeinen, Grieken, Arameeërs, Byzantijnen, Joden, Christenen en Moslims… ze hebben allemaal hun sporen nagelaten. Zoveel, dat wij het niet meer bijhouden, maar we genieten volop van de prachtige kerken, vestingmuren en moskeeën.
Damascus, Umayyad moskee
De Umayyad moskee is een van de oudste moskeeën ter wereld en een belangrijk voorbeeld geweest voor latere moskeeën. Grietje hult zich in een mooi blauw bedekkend kleed en zo bekijken we het bouwwerk. Inderdaad erg indrukwekkend, maar ook rustgevend.
In een klein restaurantje drinken we een kop koffie terwijl de gids steeds meer verhalen vertelt. Het toerisme in het land is vrijwel tot een nulpunt gedaald. Wij zijn pas het tweede koppel dat hij dit jaar rondleidt. Zijn broers en zussen zijn allemaal goed opgeleid, gevlucht en zullen waarschijnlijk niet meer terugkeren. Hij wil juist blijven, helpen bij de wederopbouw en hoopt ooit medewerkers nodig te hebben voor zijn eigen bedrijf.
Souq al-Hamidiyah
Maar onze gids vertelt ook over de lange geschiedenis van Syrië, waarin verschillende bevolkingsgroepen elkaar door de eeuwen heen hebben bevochten. Religie en macht spelen daarin vaak een grote rol. Pas geleden provoceerden jonge Christenen en Moslims elkaar nog in een paar dorpen verderop. Er werd geschoten, gelukkig vielen er geen gewonden. In die zin zijn de recente gewelddadigheden, hoe wrang en heftig ook, helaas niet uniek.
We lopen verder door een enorm levendig deel van de stad, de Souq al-Hamidiyah. Smalle straatjes, getoeter en overal handel. Heerlijk, hier speelt het echte leven zich af.
We komen langs de beroemde ijssalon Bakdash. Afgeladen vol, met honderden mensen die genieten van hun ijs, vaak met pistache en een typisch kleverige structuur. Wij doen ook mee. Heerlijk!
Van al dat geslenter worden we moe en gaan langzaam terug naar de camper. Even uitpuffen. Zoveel indrukken.
Dineren in Damascus
Omdat we geen zin meer hebben om te koken belanden we in een lokaal restaurantje in het oude centrum. Via smalle steegjes komen we op een binnenplaats waar het restaurant is gevestigd. Er loopt veel personeel rond en de tafels staan in lange rijen opgesteld. Even twijfelen we, maar laten ons toch verrassen. Eén van de obers spreekt een beetje Engels en wordt aan ons toegewezen.
Grietje geniet van kebab en Cor van een beef cordon bleu.
Als we uitgegeten zijn worden de borden weggehaald en nieuwe neergezet. Mmmm… we hebben niets meer besteld. In Syrië blijkt het krijgen van een nagerecht de gewoonte. Een vorm van ultieme gastvrijheid. Grote sinaasappels, appels, koekjes en ijs worden als dessert geserveerd.
Het ijs is versierd met Ghazal al-Banat, vrij vertaald “meisjeshaar”.
Het lijkt een beetje op suikerspin, maar hier is meel aan toegevoegd. Zeer speciaal en best lekker.
En dan vragen we de rekening. Als gevolg van de oorlog is de inflatie ongekend. De waarde van het Syrische pond is met meer dan 99 procent gedaald. Inmiddels heeft het nieuwe regime nieuwe biljetten laten drukken waarbij twee nullen zijn geschrapt. Oude en nieuwe biljetten functioneren nog naast elkaar. In het geval van de oude biljetten moet je bijna een tas vol geld meenemen om een etentje van 30 euro te betalen.
Maar daar hebben ze iets op gevonden en daarom komt de ober met een geldtelmachine aan tafel om af te rekenen.
Het nieuwe geld heeft nog een voordeel. Assad is verdwenen van de biljetten.
Slenteren door Damascus
De volgende dag gaan we halverwege de middag de stad weer in. We kunnen er geen genoeg van krijgen. We verdwalen in de nauwe straatjes en dat vinden we helemaal niet erg. Dan kom je nog eens ergens!
Het is fantastisch om te zien wat zich achter de deuren afspeelt. Vanuit die smalle steegjes heb je daar geen weet van.
Spontaan worden we uitgenodigd op een binnenplaats met daaromheen prachtige historische gebouwen. De mannen die daar thee zitten te drinken laten alles vol trots zien. Het enorme pand staat te koop voor 3 miljoen dollar, denken we te begrijpen. Maar misschien hebben we het ook verkeerd verstaan. Als we nog wat jonger waren…
We slenteren verder door de nauwe straatjes en soms bredere straten vol levendigheid. Vooral het lokale karakter vinden we prachtig.
Terug op het parkeerterrein in Bab Touma, waar we overnachten, blijkt een optocht gaande. Straten zijn afgesloten om ruimte te geven aan een treintje vol joelende families in deze typisch christelijke wijk. Het blijkt een feest dat nog verband houdt met de nadagen van Pasen.
Christenen vormen hier een kleine minderheid, maar gelukkig kan zo’n feest gewoon plaatsvinden.
Maaloula
We verlaten Damascus met een positief gevoel. De stad heeft ons drie dagen lang erg verrast.
Via de noordkant kiezen we voor binnendoorweggetjes. We passeren dorpjes en meer open gebieden. Opvallend zijn de groene tinten, de lente is zichtbaar. De klaproos, die we al een poos niet hadden gezien, groeit hier volop.
Aanvankelijk zien we weinig directe oorlogsschade.
Maar dat verandert snel in het christelijke dorpje Maaloula. Dit dorp wordt al vele eeuwen voornamelijk door christenen bewoond. In 2013 werd het aangevallen en de zware gevechten hebben veel levens gekost. Veel gebouwen zijn verwoest of zwaar beschadigd. Er zijn nauwelijks huizen zonder kogelgaten en het ooit zo mooie hotel is nu alleen nog een ruïne. Veel mensen zijn gevlucht en nooit meer teruggekomen. Overal staan leegstaande huizen.
Maar het dorp heeft ook veel te bieden. Het is namelijk één van de weinige plaatsen waar nog Aramees wordt gesproken. Er wordt gezegd dat dit ook de taal van Jezus was.
Maaloula ligt prachtig tegen de bergen aangeplakt en heeft daarnaast twee bijzondere historische bezienswaardigheden.
Maaloula, Monastery of Saints Sergius and Bacchus en het klooster van Sint Thecla
Als we het dorp binnenrijden worden we onthaald in het enige cafeetje dat het dorp rijk is. De koffie wordt vergezeld door arak, een sterk lokaal drankje. Het smaakt naar anijs, is verrassend lekker en we voelen ons direct welkom.
Naast het café ligt het Monastery of Saints Sergius and Bacchus, een klooster uit de eerste eeuwen na Christus. We worden er rondgeleid door twee zeer vriendelijke dames. Bijzonder is het altaar dat mogelijk teruggaat tot ongeveer 300 jaar voor Christus.
We lopen verder door een kloof richting het klooster van Sint Thecla, prachtig tegen en deels in de rotsen gebouwd. Vanaf hier hebben we een mooi uitzicht over het dorp.
Verwoestingen
We eten nog wat in het cafeetje en vertrekken daarna via binnenwegen verder naar het noorden. We passeren een dorp waar onze keel van dicht slaat. Werkelijk niets staat er meer overeind. Alle huizen zijn totaal verwoest. In het spookdorp vinden we nog één familie die er kennelijk woont. Een brok in de keel. Een jongetje speelt tussen de puinhopen… hartverscheurend.
Net buiten het dorp treffen we een man die vertelt dat de dorpsbewoners zijn gedood of gevlucht. We twijfelen of we de foto’s wel moeten publiceren, maar meerdere mensen geven aan dat het juist belangrijk is om te laten zien hoe wreed het hier was en soms nog steeds is.
Overnachten bij een boer
Verder richting Homs is het tijd om een overnachtingsplek te zoeken. Bovendien moet onze watertank worden gevuld.
Bij een willekeurige boer vragen we of we op het erf mogen staan. Drie broers, de moeder en drie aangetrouwde dames vormen samen de familie. Niemand spreekt een woord Engels, maar met een vertaalapp komen we er prima uit.
Ze hebben voornamelijk amandelbomen, maar onze verbazing is groot als er achter de muur ineens zeven zwartbonte koeien worden gemolken. We krijgen direct een beker verse rauwe melk aangeboden en laten het ons heerlijk smaken.
Homs
Vanaf de boerderij vertrekken we richting Homs, dwars door de binnenlanden.
Het is een licht heuvelachtig gebied met volop landbouw. Veel olijf-, vijgen- en amandelbomen. De dorpjes doen vriendelijk aan. Oorlogsschade lijkt hier beperkt tot wat kogelgaten. We zien nog wel een gestrand legervoertuig. Wie zal dat ooit opruimen?
Homs was een belangrijk centrum van de opstanden en gevechten en de stad is dan ook zwaar getroffen.
De stad is al duizenden jaren van betekenis en lag vroeger op een kruispunt van belangrijke handelsroutes.
En toch gaat het gewone leven er, zo lijkt het, gewoon door. Drukke, levendige straten, volop winkeltjes en straatverkoop.
We parkeren midden in de stad en worden spontaan door een Syriër aangesproken. De man, zelf accountant, neemt ons mee op sleeptouw door de stad en fungeert een beetje als gids.
Opmerkelijk is dat hij alles voor ons betaalt, zelfs een restaurantbezoek. Het hoort bij zijn geloof, vertelt hij. Het is beter om te geven. En “nee” zeggen is absoluut geen optie, zelfs een belediging. We leren veel van de man. Hij vertelt uitgebreid over de achtergronden van de oorlog.
Zo heeft hij en velen met hem, inmiddels een gruwelijke hekel aan het automerk Peugeot. Het doet hem denken aan de tijd van Assad, omdat veel politieauto’s toen van dat merk waren. Daardoor roept het merk vooral negatieve gevoelens op.
Maar we horen ook meer diepgaande verhalen over de verschillende bevolkingsgroepen en hun eigenaardigheden.
Hama
Dan verlaten we Homs op weg naar Hama, een stad waar bijzondere waterwielen in de rivier staan. De beroemde waterwielen van Hama stammen uit de middeleeuwen en maakten deel uit van een ingenieus irrigatiesysteem om water naar een hoger niveau te brengen. Maar helaas, de rivier stroomt nauwelijks en dus staan de raderen stil. De rivier wordt kennelijk ook gebruikt als rioolafvoer. Lang geleden dat we zo’n vieze, stinkende rivier hebben gezien.
Krak des Chevaliers, kruisvaarderskasteel
We rijden verder door bergachtig terrein en het is opvallend frisgroen. Ook hier is het lente! De dorpjes onderweg liggen prachtig in de bergen en doen allemaal vreedzaam aan. Hier en daar zien we nog wel gebombardeerde huizen, maar in deze regio zien we gelukkig ook veel onbeschadigde exemplaren.
Hoog op een heuvel is het kasteel al van verre te zien. We kopen een ticket en mogen zelf kiezen of we wel of geen gids nemen. Deze keer kiezen we voor een gids. Hoewel de man snel Arabisch Engels spreekt en wij onze oren dus behoorlijk moeten spitsen, vertelt hij mooie verhalen en achtergronden.
Het kasteel heeft een lange geschiedenis en is door verschillende bevolkingsgroepen gebruikt. De basis gaat terug tot de 11e eeuw, maar het werd vooral in de 12e en 13e eeuw uitgebouwd door de kruisvaarders. Later werd het overgenomen door islamitische heersers. Het ligt strategisch tussen de Middellandse Zee en Homs. Helaas gaat het verhaal, hoe indrukwekkend ook, vooral over gevechten, aanval en verdediging. In die zin realiseren we ons dat er in al die eeuwen eigenlijk weinig veranderd is.
Vroeger ging dat met pijl en boog, katapulten, kokend water of olie en zelfs poeptonnen. Het hele kasteel is gebouwd op verdediging, compleet met metersdikke muren, schietgaten en grachten. We kregen van tevoren het advies een zaklamp mee te nemen. Verdwalen of vallen in de kelders en gangenstelsels, over onregelmatige trappen, is namelijk niet zo moeilijk. Dat gold vroeger ook voor de vijand…
We bezoeken de paardenstallen waar honderden paarden werden gestald en verzorgd. De plek waar de hoefsmid zijn werk deed is nog goed te herkennen.
De religieuze ruimte, oorspronkelijk een kapel uit de kruisvaarderstijd en later omgebouwd tot moskee, is nog mooi intact en doet nog steeds sterk denken aan een kerk.
In latere eeuwen verloor het kasteel zijn militaire functie en werd het nog bewoond door lokale families. Zelfs tot in de 19e eeuw was hier nog leven. Dit kasteel is wellicht het mooiste in zijn soort, vooral omdat het zo puur is. Er is relatief weinig gerestaureerd, simpelweg omdat het grotendeels goed bewaard is gebleven. Er komen weinig toeristen en je kunt er heerlijk ronddwalen.
Tartous en Arwad
We vervolgen onze weg door het prachtige, frisgroene landschap en dalen langzaam af naar de kust waar we het plaatsje Tartous bezoeken. Best bijzonder, omdat het grenst aan de oostelijke kant van de Middellandse Zee. Dat voelt bijna als thuis…We staan op een plekje langs de boulevard en willen morgen een klein eilandje voor de kust bezoeken, Arwad.
Tartous lijkt wel een beetje op Zandvoort aan Zee. Een lange boulevard, restaurants, een kermis, flanerende mensen en natuurlijk file. Maar achter de drukke boulevard ligt het oude deel van de stad. Toeristen uit het hele land weten Tartous weer te vinden. Oude muren, poorten en nauwe straatjes bepalen hier het beeld.
Samen met misschien wel de vriendelijkste mensen die we tot nu toe hebben ontmoet. Ja, in andere landen in het Midden Oosten is men ook enorm vriendelijk. En toch voelen wij dat Syrië er nog een schepje bovenop doet. Minder uit religie, meer recht uit het hart… de wereld laten zien hoe welkom je bent en het verleden achter zich laten.
Alsof ze willen zeggen: “Fijn dat je ons bezoekt”, met een positieve blik op de toekomst.
Tegenover de stad ligt het eilandje Arwad. Kleine bootjes varen de hele dag af en aan om mensen te vervoeren. Wij nemen ook een kijkje. Een boottochtje voor nog geen euro.
Het eiland wordt sinds kort weer door toeristen bezocht. Er is een kasteel, souvenirwinkeltjes en horeca met uitzicht op de haven. Een gezellige setting dus. Op een oppervlakte van ongeveer 300 bij 450 meter wonen zo’n 11.000 mensen. Hoe dan?
We worden aangesproken door een willekeurige man die ons uitnodigt voor, hoe kan het ook anders, een Arabische koffie.
We raken aan de praat. Hij spreekt goed Engels en blijkt kapitein op de internationale vaart. Daarbij doet hij ook Rotterdam wel eens aan.
Hij vertelt dat het eiland en Tartous gelukkig grotendeels gespaard zijn gebleven tijdens de oorlog, in ieder geval wat bombardementen betreft. Natuurlijk heeft ook deze regio enorme economische schade opgelopen.
Hij is redelijk positief over het nieuwe regime. We praten verder over de oorlog en de toekomst, terwijl zijn broer even langskomt. Die is een stuk kritischer en laat dat ook duidelijk merken.
Wandeling door de bergen
We raken maar nauwelijks gewend aan de oprechte vriendelijkheid in Syrië!
Ook tijdens de wandeling die we vandaag maken merken we dat weer. Vanaf de kust rijden we de bergen in, tot een hoogte van zo’n 700 meter. We parkeren de auto bij een hotel waar we eerst een kop koffie willen drinken met iets lekkers. Maar dat kennen ze hier niet… geen gebak, geen cake of andere zoetigheid. Iets “anders” kunnen ze wel serveren. Het wordt een compleet ontbijt en dat is op zijn beurt ook weer bijzonder, met allerlei lokale lekkernijen.
Goed gevuld gaan we op pad, langzaam omhoog door een dal. De uitzichten worden steeds mooier. We lopen over een soort brommerpad dat daar ook echt alleen voor gebruikt wordt. Brommers rijden er af en aan om gesprokkeld hout op te halen.
Maar er zijn ook veel olijfbomen. Het is voorjaar en dat zie je terug in alle frisse blaadjes en bloemetjes. Alles straalt een mediterrane sfeer uit. Ondertussen kijken we steeds uit naar een mooi wildkampeerplekje waar we na de wandeling met de auto kunnen gaan staan. Halverwege gaat de route over in een meer bewoond gebied. Er is hier een plek waar locals hun vrijdagmiddagpicknick houden. En natuurlijk worden we overal uitgenodigd om maté te drinken, een thee die je met een soort rietje drinkt en hier erg populair is.
Langs het bewoonde deel van de route krijgen we steeds opnieuw uitnodigingen om thee of koffie te drinken bij mensen thuis. Een deel van de mensen leeft hier van wat kleinvee en een paar koeien. Olijven lijken toch het belangrijkste onderdeel van het inkomen te vormen.
Terug bij de camper noteren we zo’n 16 kilometer en rijden daarna naar een fantastische plek hoger in de bergen, met een prachtig uitzicht.Geen mens te zien, dus we kunnen heerlijk even douchen.
Politiecontrole
’s Avonds, als we net in bed liggen, krijgen we nog bezoek van de politie. Aanvankelijk lijken ze wat onwennig door onze aanwezigheid, maar na een kort gesprekje en een paspoortcontrole wensen ze ons een goede nacht. Het is natuurlijk ook best bijzonder als er na veertien jaar zonder toeristen opeens een vreemde camper in de bergen staat.
’s Ochtends realiseren we ons nog eens extra hoe mooi deze plek is, met een weids uitzicht over de bergen en een voorjaarsochtendzonnetje waar je “u” tegen zegt!
We rijden kriskras door de bergen en passeren het ene na het andere dorpje. Het lijkt wel alsof iedereen is uitgelopen op deze zaterdagochtend. Overal zijn mensen op straat en er wordt vrolijk gezwaaid. Sommige vrouwen hebben de mouwen opgestroopt en hier en daar loopt een jongeman in korte broek, terwijl andere vrouwen druk bezig zijn met het schoonmaken van vloerkleden. Het is duidelijk, het voorjaar is begonnen.
Onderweg passeren we flink wat gewapende checkpoints. De meesten zwaaien ons vriendelijk door, op één jonge officier na die onze paspoorten wil zien. Pure persoonlijke nieuwsgierigheid, vermoeden we, maar hij is erg beleefd. Onze route leidt over een hoge pas, waarna we langzaam afdalen naar de kustweg richting Latakia. We rijden door deze grootste kustplaats heen, maar concluderen al snel dat we er weinig te zoeken hebben.
Dat hebben we wel op de kampeerplek die we via iOverlander vonden: pal aan de kust op 160 meter hoogte. Je kunt je voorstellen hoe prachtig dat is!
Triest
Buiten dat we zelf wat in de lappenmand zitten, is het weer ook nog eens belabberd.
Het regent pijpenstelen en de wind maakt van de camper bijna een zeilboot. Cor heeft buikgriep en Grietje een geïrriteerde huid die veel jeuk veroorzaakt. Toch besluiten we verder te trekken. Van de hele dag binnen zitten word je ook niet beter.
We rijden door de omgeving van Idlib, een zwaar bevochten gebied. En dat is nog veel triester dan onze eigen ongemakken. Ohohoh, wat hebben ze hier huisgehouden. Alles is kapot.
Maar wat moet je als overgeblevene? Toch maar weer proberen iets op te bouwen.
Zo komen we bij een winkeltje met drie vaten brandstof: diesel, benzine en olie. Mensen kopen hier met een kannetje hun brandstof. Opmerkelijk is dat men er vrolijk bij staat te roken. We praten met een man die een paar woordjes Engels kent. Hij heeft dertien jaar in een tentenkamp in Turkije gezeten. Nu is hij terug en reist hij iedere dag naar Latakia, waar hij werkt voor een schamel loon van 85 dollar per maand. We zien het verdriet en de onmacht in zijn ogen.
Hij is doorweekt van de regen en trilt van de kou. Er is hier niets om je aan op te warmen.
Triest.
Dead Cities
De volgende dag staan we bij één van de Dead Cities, ook wel de vergeten steden genoemd.
Het is een uitgestrekt gebied met honderden verlaten dorpen uit de Romeinse en Byzantijnse tijd, grofweg tussen de 1e en 7e eeuw.
Ze staan op de werelderfgoedlijst van UNESCO en geven een uniek beeld van het plattelandsleven uit die periode. Opvallend is hoe goed veel huizen, kerken en graven bewaard zijn gebleven.
Wij vinden het een bijzondere historische plek en verbazen ons over de geringe bekendheid. Hier geen entreetickets, infoborden of souvenirkraampjes. Je loopt er ongedwongen tussen de historie door. Sommige bouwwerken zijn zelfs als schuilplaats gebruikt tijdens de recente oorlog.
Grensperikelen (situatie begin mei 2026)
Al weken zijn we extra alert op de route die we nemen. Wat willen we nog zien? Welke grenzen zijn open of gesloten en vooral… hoe is het met de veiligheid gesteld?
Op zich een leuke puzzel, totdat overheden tijdens het spel de regels wijzigen. Natuurlijk speelt de huidige onrust daarbij een belangrijke rol. Aanvankelijk was het mogelijk om Turkije, eigenlijk het eerste echt stabiele land op onze route, via Irak te bereiken. Wel deels onder escorte, maar dat zou alleen voor onze eigen veiligheid zijn.
Totdat Irak een paar weken geleden de grens tussen Jordanië en Irak afsloot vanwege de onrust. Vanaf dat moment zaten meerdere overlanders vast op het Arabische schiereiland. Al snel werd er een appgroep opgericht waarin informatie werd gedeeld.
Op dat moment bleef eigenlijk nog maar één mogelijkheid over: rechtstreeks van Syrië naar Turkije reizen. In eerste instantie lukte dat een Frans koppel, kennelijk met een beetje geluk. Maar officieel is deze grens gesloten voor internationale reizigers en mogen alleen locals passeren. Daarna werd dat ook weer streng gehandhaafd.
Via de ambassade van hun thuisland is het sommige Europeanen later alsnog gelukt om de grens tussen Syrië en Turkije over te steken. Sommigen moesten eerst veertien dagen bij de grens wachten voordat ze groen licht kregen. En momenteel staan er, voor zover wij weten, nog steeds vijf of zes overlanders te wachten.
Inmiddels hebben wij geruime tijd geleden, samen met een andere Nederlandse familie, een verzoek ingediend bij de Nederlandse ambassade. Tot op heden hebben we nog geen enkele reactie ontvangen, zelfs geen ontvangstbevestiging.
Dan is er nog een optie om Syrië via de oostelijke woestijn richting Irak te verlaten. Dat zou een enkele reiziger met succes zijn gelukt. Maar het aantal negatieve reisadviezen vanwege de veiligheid, bevestigd door diverse locals, was zo groot dat we deze optie uiteindelijk hebben doorgestreept. Terwijl dit lange tijd juist ons plan was.
Dus gaat de puzzel verder en horen we dat een Japanner de grens tussen Jordanië en Irak wél succesvol is overgestoken.
Dat biedt perspectief. Daarom besluiten we terug te gaan naar Jordanië en daar ons geluk te beproeven. Dat voorkomt in ieder geval uitzichtloos wachten bij de grens tussen Syrië en Turkije.
Voor Irak hebben we online een visum aangevraagd. Het wrange is dat Grietje haar visum inmiddels wel heeft gekregen en Cor nog niet. We staan nu bij de grens en wachten op een mailtje van de Iraakse overheid.
Hopelijk gaat dat geen dagen duren.
Onderweg naar de grens gingen we nog even langs bij een plaatselijke bakker. We zagen hoe hij zijn brood maakte, keken een tijdje toe en bestelden wat brood.
Tot onze verbazing hoefden we niets te betalen.
Op het moment van schrijven (9 mei 2026) van dit verslag zijn we terug in Amman.
De situatie op dat moment:
- We willen naar huis en de camper meenemen uit het Midden Oosten, idealiter stallen in Armenië
- Cor heeft nog geen visum voor Irak en we hebben geen idee hoe lang dat gaat duren
- Op de route via Syrië en Turkije hebben we geen hoop meer
- Als laatste mogelijkheid kunnen we de camper stallen in Amman, naar huis vliegen en op een later moment terugkeren
Het vervolg van het verhaal gaat verder in Irak.