Mei 2026

Irak, we zijn vrij!!

Het verhaal van Irak gaat met name over de grensperikelen en de reis naar de Turkse grens in het noorden.

Op zondagmorgen, hier de eerste dag van de nieuwe werkweek, zijn we nog in Jordanië en gaan we naar de Iraakse ambassade in Amman om te kijken of zij de uitgifte van Cor zijn visum kunnen versnellen. Helaas, ze kunnen niets doen. Ondertussen zien we berichten voorbijkomen van mensen die er vijf weken op hebben gewacht. De hoop op een snelle uitgifte zakt ver weg en we besluiten voorbereidingen te treffen om de camper te stallen in Amman en zelf naar huis te vliegen.

We bezoeken “Customs for Foreign Cars”. Hier regelen we een verzekering en mag de camper nog een half jaar in Jordanië blijven. Dit scenario, niet ideaal, geeft ons wel de mogelijkheid af te wachten tot een later moment.

We besluiten in het centrum van Amman een hotel te zoeken. En dat vinden we. Een leuk hotel. ’s Avonds gaan we nog even de stad in om wat te eten en opeens, zomaar uit het niets, krijgen we het verlossende bericht… Cor zijn visum!

Direct gooien we onze plannen om en besluiten de volgende ochtend vroeg te vertrekken richting de Iraakse grens.

Maandagochtend. Zo’n 350 kilometer tot de grens. Ongewild stijgt de spanning. Eigenlijk hadden we bedacht dinsdagmorgen over te steken, maar als we om half drie vlak bij de grens zijn besluiten we toch een poging te wagen.

Het uitstempelen aan de Jordaanse kant gaat redelijk snel. Het volledig uitpakken van de auto, zoals bij andere overlanders in het verleden gebeurde, blijft ons bespaard. Alleen een speurhond maakt een rondje in en rondom de camper.

Dan door naar de Iraakse kant, waar een paar mensen ons nog herkennen van vier dagen eerder. De man bij “customs” heeft twee gezichten. Eerst gebiedt hij ons streng camera’s, laptops en telefoons te overhandigen en even later maakt hij in gebrekkig Engels met een olijk gezicht grapjes.

Dan belanden we in een proces dat geen mens begrijpt. We worden in totaal willekeurige volgorde van hokje naar kantoortje gestuurd en weer terug. Op een gegeven moment komt een jongen ons helpen. Dat scheelt enorm. Het lijkt wel een spelletje stempels verzamelen.

Uiteindelijk lijken alle formaliteiten voldaan en kunnen we onze stempel in het paspoort laten zetten. Omdat “de generaal” kennelijk zoek is duurt het opnieuw lang voordat we onze paspoorten terugkrijgen. Hij moet het laatste fiat geven. En dan kunnen we eindelijk het douaneterrein verlaten.
Denken we.

Nog twee keer worden alle papieren en paspoorten gecontroleerd en gefotografeerd. Uiteindelijk zijn we 4,5 uur op het douanegebied geweest. Valt nog mee.

En dan laten ze ons los…

Een langzaam, in de laatste weken opgebouwde last valt ineens van onze schouders. We zijn vrij. We kunnen het Arabische schiereiland verlaten. Het is inmiddels zeven uur en na deze dag vol gebeurtenissen willen we wel even rust. Maar waar?

Op zoek naar ons eerste overnachtingsplekje

Na ongeveer twintig kilometer in de richting van Bagdad volgt de eerste controlepost. Opnieuw wordt alles gecontroleerd en gefotografeerd. Maar hier kunnen we niet blijven. “Bij het volgende checkpoint”, zeggen de jonge soldaten.

We vragen ook nog of een begeleide tocht richting Bagdad nodig is. Volgens de mannen is het veilig genoeg en dus niet nodig. Dat scheelt.

Bij een verlaten tankstation denken we wel te kunnen overnachten. Maar binnen tien minuten komt er een militair voertuig aan. Uiterst vriendelijk vertellen ze ons dat er even verderop een parkeerplaats is en dat ze ons daarheen brengen. Eerst mogen we nog rustig eten. “We wachten wel even”, zeggen ze.

Een kwartier lang rijden ze voor ons uit en dragen ons vervolgens over aan de militaire post bij het parkeerterrein. Hier brengen we de eerste nacht door.

Verder het land in

Vanaf ons door militairen bewaakte overnachtingsplekje rijden we verder door de immense kale woestijn. Nou ja… kaal… Om de paar kilometer staan bemande militaire posten. Vaak hoge ronde torens waar militairen schietklaar uitkijken over de omgeving. Wij weten dat ze er onder meer voor onze veiligheid zijn en dat voelt eigenlijk best prettig.

De weg is breed, zonder strepen en met nauwelijks personenverkeer. Alleen enorme aantallen vrachtwagens die soms vrolijk naar ons toeteren. Vooral tankauto’s rijden hier af en aan richting Syrië en Jordanië.

Locals vertellen ons dat benzine en diesel via Latakia verder worden verscheept richting Europa. Door de spanningen rond de Straat van Hormuz zou deze route momenteel veel intensiever worden gebruikt.

Verder vallen de vele wrakken langs de weg op. Regelmatig zien we uitgebrande vrachtwagens of militaire voertuigen en totaal verwoeste tankstations. Het zijn herinneringen aan de oorlog met ISIS die hier tussen 2014 en 2017 woedde. ISIS probeerde deze belangrijke handelsroute in handen te krijgen en daar is zwaar om gevochten. Uiteindelijk heroverde het Iraakse leger het gebied.

Even in een dorpje kijken

Halverwege Bagdad begint voorzichtig de eerste bebouwing. Er is zelfs een dorpje. Uit nieuwsgierigheid draaien we het dorpje in. Bij de checkpoint houden ze onze paspoorten zodat ze zeker weten dat we terugkomen.

We rijden door de hoofdstraat en kopen wat fruit en zo ongeveer het lekkerste verse platbrood dat we ooit hebben geproefd.

En dan de checkpoints… heel veel checkpoints.

Overal eigenlijk hetzelfde ritueel. Foto’s van paspoorten en kentekenplaten. Lange telefoongesprekken met hun meerderen of met het volgende checkpoint zodat men daar al weet dat we eraan komen. Maar stuk voor stuk zijn de militairen vriendelijk en behulpzaam.

Escorte

En dan gebeurt iets waarvan we gisteren nog dachten dat het niet nodig zou zijn… we krijgen escorte.

Een afwisseling van militaire voertuigen en politieauto's rijdt voor ons uit en wij hoeven alleen maar te volgen. Moeilijker is het niet. Na een half uur worden onze paspoorten overgedragen aan het volgende team en begint hetzelfde opnieuw. Dat gebeurt uiteindelijk een keer of vijf. Soms verrassend snel, soms tergend langzaam.

In de eerste twee escortes zit kennelijk een hoge officier, want telkens als we langs een militaire post rijden springen soldaten strak in de houding. Het lijkt bijna alsof ze voor ons salueren.

Onderweg twijfelen we nog even of we Bagdad willen bezoeken. Maar als we de temperatuur zien oplopen richting veertig graden hakken we de knoop door. Veel te heet om uitgebreid door een stad te wandelen. Bovendien begint “thuis” steeds warmer te voelen.

Aan het einde van de dag vinden we een plek bij een restaurant waar we bijzonder vriendelijk worden ontvangen. We eten er uitgebreid en mogen veilig overnachten op het parkeerterrein.

We hopen dat het geluid van het voorbijrazende verkeer wat zal dempen, anders moeten we onze oordoppen nog maar dieper indrukken.

Richting de autonome regio Koerdistan

We zetten onze reis door Irak voort richting de grens met Turkije. Het aantal checkpoints loopt op naar dertien. Overal weer een fotootje van onze paspoorten en kentekenplaten. En overal vriendelijk.

Opeens horen we schurende geluiden onder de auto. Het blijkt dat de onderbeplating los ligt. Drie van de vier bouten zijn verdwenen. Kennelijk bij de laatste olieverversing niet goed vastgezet.

We lossen het tijdelijk op en zoeken later een garage.

Onderweg zien we het landschap steeds groener worden. Er wordt hier veel graan verbouwd en in de verte doemen de bergen van de autonome regio Koerdistan op.

We leren dat het Koerdische volk eigenlijk over vier landen is verdeeld: Iran, Irak, Syrië en Turkije. Alleen in het noorden van Irak hebben de Koerden vergaande autonomie. We zien dat er grote verschillen bestaan tussen federaal Irak en het Koerdische deel. Het Koerdische gebied is veel moderner en dat zie je aan alles.

We hebben veel verhalen gehoord over de slechte dieselkwaliteit in Irak. Iraakse diesel zou naast een enorm zwavelgehalte soms ook zijn aangelengd met kerosine, nafta of in het ergste geval afgewerkte motorolie. We zien op veel plekken verkoop van brandstof uit kannen of vaten langs de straat. Maar die kwaliteit is ons te riskant.

Op haren en snaren weten we het moderne Koerdische deel te bereiken en tanken we bij een tiptop tankstation. We kunnen kiezen uit Iraakse diesel (€0,42) of Europese diesel voor €0,72. Met onze moderne motor kiezen we uiteraard voor de Europese variant.

Dan gaan we op zoek naar een garage voor herstel van de onderbeplating. De eigenaar van de garage is zo vereerd door ons bezoek dat hij het andere werk laat liggen en ons direct helpt. En dan hoeven we ook nog niet eens te betalen. Wat een welkom bij de Koerden!

De Turks-Iraakse grens

Tegen half vier bereiken we de Turkse grens. We hopen en proberen de grens nog te kunnen passeren. Bij de eerste hokjes gaat het vlot. Maar dan begint het wachten. Zowel aan de Iraakse als Turkse kant laten ze je onnodig lang wachten. Afijn, na 5,5 uur staan we in Turkije. In Turkije realiseren we ons dat we even moeten afkicken van de, zonder overdrijven, duizenden keren dat we de afgelopen 4,5 maand welkom zijn geheten in het Midden-Oosten.

Vanaf hier stoppen de reisverhalen even. We rijden via de snelste route door Turkije en Georgië om vervolgens onze camper in Armenië te stallen. Onze overlandavonturen zullen hier op een later moment weer verdergaan.