Reisperiode september 2026
Bij aankomst vanuit Armenië gaan de grensformaliteiten bij de grensovergang Sadakhlo erg soepel. Binnen een half uur staan we aan de overkant. Dat is weleens anders geweest… Ook een simkaart en wat cash zijn in een mum van tijd geregeld. De eerste de beste groenteboer helpen we een beetje van z’n handel af, terwijl we ons verbazen over het aantal kentekenplaten dat aan de muur hangt. Een nieuw land ligt voor ons open. We hebben er zin in!
Georgië is ongeveer 1,7 keer zo groot als Nederland en er wonen zo’n 3,7 miljoen mensen. Ruim een derde daarvan woont in en rond de hoofdstad Tbilisi. Heerlijk dunbevolkt dus.
Als we de grens oversteken, kijken we vaak direct naar de zichtbare verschillen, in dit geval met Armenië. Die lijken op het eerste gezicht niet zo groot. Het meest opvallend vinden wij de begroetingen van de Georgiërs naar ons toe. Spontaan wordt er gezwaaid en worden we welkom geheten. We zijn benieuwd of deze trend zich de komende weken doorzet.
Rustavi
We rijden richting Rustavi en vinden een plekje boven op een heuvel. Vanaf hier hebben we een prachtig uitzicht over de stad. Duidelijk is te zien hoe verschillend de delen van Rustavi zijn. Aan de ene kant ligt een groot industriegebied met vooral staal- en metaalindustrie, aan de andere kant zien we de zo kenmerkende hoogbouw in Sovjetstijl. Het is helder en in de verte zien we vaag Tbilisi liggen.
Op naar Vashlovani National Park
We genieten tijdens ons yoghurtje nog even van het uitzicht over Rustavi. Daarna rijden we de heuvel af en bedenken dat het een mooi moment is om de motorolie te verversen. We vinden al snel een werkplaats waar een paar vriendelijke mannen meteen voor ons aan de slag gaan. Voor nog geen 70 euro zit er verse olie in de Hilux en kunnen we er weer een kleine 10.000 kilometer tegenaan.
Daarna zetten we koers richting het oosten. De wegen zijn redelijk druk en ook hier blijkt gevaarlijk inhalen zo ongeveer tot de nationale volkssport te behoren. Je blijft je verbazen.
Halverwege de middag bereiken we het dorpje Dedoplistskaro. Hier moeten we eerst wat papierwerk regelen. We halen een vergunning voor Vashlovani National Park en daarnaast een border permit, omdat we de komende dagen door de grenszone met Azerbeidzjan zullen rijden.
Het park in
Van collega-overlanders Nico en Joska kregen we de tip om hier de offroadroutes van OunTravela te volgen. Zij hebben door heel Georgië prachtige routes uitgezet, compleet met digitale kaarten, achtergrondinformatie en rijk geïllustreerde boeken. Dat is net wat voor ons.
Omdat het inmiddels al laat in de middag is, rijden we vandaag nog maar een klein stukje van de eerste route richting het park. Maar dat kleine stukje is genoeg om meteen verkocht te zijn.
Eerst rijden we nog door landbouwgebied, waar een paar mannen bezig zijn met hooien. Niet veel later verandert het landschap compleet. Voor ons verschijnen enorme vergezichten, droge vlaktes en sterk geërodeerde heuvels en bergen. De geuren zijn al net zo bijzonder. Overal hangt een intense, kruidige lucht die ons aan lavendel doet denken.
Wat is het hier mooi! Voor vannacht vinden we een plek bij een rangerstation.
Vashlovani National Park
Nooit gedacht dat Georgië zó mooi zou zijn!
We bevinden ons in het uiterste zuidoosten van het land. De grens met Azerbeidzjan ligt hier letterlijk aan de overkant van de Iori-rivier. Als een groene sliert kronkelt hij prachtig door het verder droge landschap.
Vashlovani is een van de droogste gebieden van Georgië. Op een relatief klein oppervlak wisselen steppe, halfwoestijn, droge bossen en sterk geërodeerde landschappen elkaar af. Dat verklaart ook waarom het hier zo totaal anders oogt dan het groene en bergachtige Georgië dat veel mensen voor ogen hebben. Het landschap verandert voortdurend. Dan weer sterk geërodeerde heuvelruggen, even later eindeloze vlakke steppes. Het doet ons denken aan Angola… Kenia… Namibië… delen van Zuid-Afrika of… de maan… Nee, het is Georgië!
De paden zijn met een 4x4 goed te berijden en we laten een lange sliert stof achter ons. Tot drie keer toe worden onze papieren en paspoorten minutieus gecontroleerd door de bewapende grenspolitie. Maar alles is in orde en we kunnen zonder problemen verder.
Fauna
Al rijdend door het landschap zien we hier en daar verlaten schuren. Navraag leert dat het stallen zijn waar ’s winters schapen worden gehouden. Als het hoog in de Kaukasus te koud wordt, trekken herders met hun kuddes naar deze lagere gebieden.
Tijdens onze rit zien we een paar keer kropgazellen voor ons wegschieten. En hard dat ze gaan! Helaas geen foto dus. De kropgazelle kwam vroeger veel voor in dit gebied, maar verdween uiteindelijk volledig uit Georgië, onder meer door stroperij. In 2013 werd begonnen met een herintroductieprogramma met dieren uit Azerbeidzjan. Met succes, want inmiddels leven hier weer meer dan 500 kropgazellen.
Later zien we ook nog een gouden jakhals. Even blijft hij nieuwsgierig naar ons staan kijken, maar dan verdwijnt hij achter het struikgewas. Toch maar liever uit de buurt van mensen.
We eindigen onze rit vandaag aan de Qanıx-rivier. Hier vormt de rivier de grens tussen Georgië en Azerbeidzjan. Het water stroomt stevig en voert veel zand mee. Niet bepaald uitnodigend om even te gaan zwemmen.
De rit ernaartoe is trouwens nog behoorlijk uitdagend. Door een nauwe kloof, over scherpe haarspeldbochten en door uitgesleten watergeulen bereiken we uiteindelijk de rivier. Wat een dag!
Zondag
Zondagmorgen… we worden rustig wakker langs de snelstromende rivier, met aan de overkant Azerbeidzjan.
Naast ons staat nog een jong Frans stelletje in een koepeltentje, met een huurauto ernaast. We zwaaien hun “au revoir” en cruisen verder door het prachtige park met fantastische uitzichten.
Op de route is een afslag waar we een korte kloofwandeling kunnen maken door Bear Canyon. Hier zijn fossielen gevonden, waaronder resten van een prehistorische olifant. We lopen een kilometer de kloof in, maar zien niets wat op een fossiel lijkt. Dan maar weer terug. In ieder geval goed om even wat beweging te hebben.
Later op de route stoppen we op plekken met adembenemende uitzichten, waar we koffiedrinken en lunchen.
Langzamerhand verlaten we het natuurpark en verandert de omgeving in uitgestrekte landbouwgebieden. De grond wordt hier vooral gebruikt voor graanteelt, maar ligt er nu grotendeels kaal, zwart en omgeploegd bij, klaar voor de winter.
Onderweg naar Lagodekhi
We vervolgen onze weg terug naar Dedoplistskaro, waar we nog wat groente inslaan en vooral onze voorraad muggenzalf aanvullen. Dat is hier wel een dingetje. Als je niet oppast, word je volledig lek gestoken.
Daarna rijden we noordwaarts en verandert het landschap opnieuw. Het droge, steppeachtige Vashlovani maakt langzaam plaats voor uitgestrekte landbouwgebieden, dorpen en uiteindelijk steeds meer groen. Aan de horizon zien we de toppen van de hoge Kaukasus.
We eindigen de dag in Lagodekhi, aan de voet van het gebergte. Het is een plek waar ook veel Georgiërs zelf naartoe komen om te wandelen, te picknicken en verkoeling te zoeken in de bossen.
Wij vinden een plekje achter het informatiecentrum, waar we voor een habbekrats de beschikking hebben over water en een toilet én een mooi plekje om te overnachten.
Driedaagse wandeling – Black Rock Trail
We laten ons voorlichten over de mogelijke wandelingen in dit gebied. Er zijn verschillende dagwandelingen mogelijk, maar ook een driedaagse tocht. Daar gaat onze interesse naar uit.
Maar dit lijkt geen appeltje-eitje! De eerste dag zullen we zeker 1500 meter moeten klimmen en de derde dag zo’n 2000 meter dalen. Onderweg slapen we in onbemande hutten, waar alleen een matras ter beschikking staat. We moeten dus nogal wat spulletjes meeslepen, zoals beddengoed, extra (regen)kleding en eten.
Maar de beloning hoog in de bergen zal groot zijn! En dus besluiten we te gaan…
We lopen eerst nog even naar de hoofdstraat van Lagodekhi, waar we in een supermarkt licht, makkelijk en voedzaam eten inslaan.
Aan het eind van de middag volgt een briefing… ja, ze nemen het wel serieus hier. We moeten wederom een permit aanvragen bij de Border Police, omdat we dicht langs de grens met Azerbeidzjan en het Russische Dagestan zullen lopen.
Black Rock Trail – dag 1
Vol goede moed starten we de wandeling. Gisteravond heeft het een beetje geregend, maar we beginnen de dag in ieder geval droog. We zijn nog maar net onderweg of er voegt zich een hond bij ons. Hij loopt voor ons uit en wacht soms even op ons. Hij is duidelijk ons maatje geworden. En dan denk je… wanneer gaat ie weer terug? Niet dus.
We lopen gestaag verder door dicht bos en passeren een snelstromende rivier. Een metalen brug biedt uitkomst.
Dan begint het pad behoorlijk te stijgen, maar het lukt allemaal best. Low gear, doordieselen. We hebben begrepen dat vandaag nog zes andere wandelaars zouden starten. We zien ze niet. Wat we wel zien, zijn een stuk of zeven ruiters die van boven komen.
Het pad wordt steeds slechter, met veel diepe modder die vaak niet te omzeilen valt. Het is een gladde boel en soms kunnen we ons maar net staande houden.
Onderweg genieten we van een lunch en delen wat brood met onze nieuwe vriend, die we heel origineel maar ‘Hond’ hebben genoemd.
De modderpaden worden alleen maar erger en zijn op veel plekken totaal aan gort getrapt door paardenhoeven. Uiteindelijk bereiken we na een uurtje of zes de hut.
De hut staat net op de rand van de boomgrens. Als de wolken even openbreken, hebben we een prachtig uitzicht op Lagodekhi.
De hut is niet bepaald het voorbeeld van hoe een berghut eruit zou moeten zien. Er liggen twee jongens te slapen en er is een Frans stel dat later weer vertrekt. De netheid laat nogal te wensen over en bij het openen van de wc-deur sla je bijna achterover.
We genieten nog even van een fantastische zonsondergang. Dan leggen we onze slaapzakken op de matrassen van de stapelbedden en gaan vroeg naar bed.
Het is de hele dag droog gebleven, al waren de uitzichten beperkt. We zijn vandaag zo’n 1500 meter gestegen.
Black Rock Trail – dag 2
Net na acht uur beginnen we aan een klim van zo’n 1000 meter. Waren het gisteren de nauwe, modderige paden die ons nekten, vandaag is het de natte begroeiing die de paden overwoekert. Al snel zijn we tot onze heupen nat.
Maar we laten ons humeur niet bederven en genieten van het stille landschap, met prachtige vergezichten in het hooggebergte. Opeens zien we resten van verse sneeuw, die kennelijk vannacht is gevallen. Het is de voorbode van nog veel meer.
Omdat we hier vlak bij de grenzen met zowel Rusland als Azerbeidzjan lopen, moeten we ons registreren bij de Border Police. Zij hebben hier een kleine post en patrouilleren te paard langs de grens.
Aangekomen bij de post vragen we triomfantelijk om twee koppen warme koffie, omdat we inmiddels behoorlijk koud zijn. De beambte spreekt geen Engels en weet duidelijk niet wat hij met onze vraag aan moet.
Veertig minuten! Zo lang zijn ze bezig met de controle van onze papieren en paspoorten.
En ja hoor, terwijl wij maar een broodje opeten, komt de beambte met twee koppen koffie aanzetten. We mogen ze opdrinken nadat we hem zeker tien keer hebben verzekerd dit niet verder te vertellen.
‘Coffee no, coffee no’, roept hij steeds.
Blijkbaar hoort koffie schenken niet bij het officiële protocol.
Als we eindelijk onze paspoorten terugkrijgen, vervolgen we onze weg naar de drie meren die op de route liggen. Dit is het mooiste deel van de route! We bevinden ons hier op bijna 3000 meter, het hoogste punt van de track.
Dan volgt Black Rock Lake, waar de trail naar is vernoemd. De Georgische naam betekent letterlijk zoiets als ‘meer van de zwarte rotsen’. Waar die zwarte rotsen precies zijn, blijft voor ons een raadsel. Bij het meer kunnen wij ze in ieder geval nergens ontdekken. De grens met Rusland loopt midden door het meer.
Langzaamaan dalen we af naar de hut waar we de nacht zullen doorbrengen.
Ook deze onbemande en onverwarmde hut laat wat ons betreft te wensen over. Er zijn geen rangers, maar aan alles is te zien dat ze hier kort geleden nog waren. Ze hebben het niet bepaald netjes achtergelaten…
Black Rock Trail – dag 3
Ja, die hut was afgelopen nacht nog wel even een dingetje. Wow, wat koud! Alles wat maar een beetje op stof lijkt, handdoeken, handschoenen, jassen, is onze vriend, maar uiteindelijk krijgen we het nauwelijks warm.
Bij de eerste lichtstralen werken we snel ons laatste yoghurtje naar binnen en beginnen aan de afdaling, goed voor zo’n 2100 hoogtemeters. We warmen snel op! We lopen deels door het krakende, bevroren gras en genieten van de kraakheldere blauwe lucht. Beneden ons zien we in de verte Lagodekhi nog liggen. Maar dat zal snel ophouden, want we gaan het bos in.
Tijdens de wandeling hebben we weinig fauna gezien. De teller blijft steken op één klein vogeltje, drie roofvogels, één sprinkhaan en een dode pier.
Als we moe maar voldaan beneden aankomen, is het weer prachtig. Een graad of twintig en een heerlijk zonnetje. Dat betekent dat we ons heerlijk afspoelen in de rivier naast ons. Nog één keer bikkelen, want het rivierwater is ijskoud!
Langs de voet van de Kaukasus
Vanaf Lagodekhi vervolgen we onze ontdekkingstocht door Georgië. We rijden langs de zuidelijke flanken van de Kaukasus, met deze keer als einddoel de Abanopas. Maar we weten nooit hoe ver we komen. We zien wel.
Eerst maar eens wat groente en brood scoren. Dat doen we bij een kraampje langs de weg, een zak vol voor weinig. Bij een bakkertje halen we heerlijk vers, langwerpig Georgisch brood. Een beetje taai, maar daardoor juist erg lekker.
Onderweg langs de voet van de Kaukasus rijden we door Kakheti, dé wijnstreek van Georgië. De wijnhuizen volgen elkaar in rap tempo op. Grote producenten, maar ook veel kleinere boeren die zelf wijn maken of hun druiven aan grotere wijnbedrijven leveren.
Tussen al die wijngaarden zien we ook regelmatig halfhoge bomen staan. Hazelaars. Georgië heeft een aanzienlijke hazelnootproductie, zowel bij grotere commerciële bedrijven als bij kleinere boeren.
Die kleinere boeren brengen hun hazelnoten naar een soort loonbedrijf, waar de groene bolster rond de noot wordt verwijderd. Met zakken vol komen ze aan bij een machine die de bolsters, het vuil en andere onzuiverheden eruit haalt. Wat overblijft zijn de ‘schone’ noten in hun harde dop, die weer mee teruggaan om verder te drogen.
Opvallend in Georgië vinden wij het enorme aantal honden. Veel honden zijn ‘getagd’, maar lopen nog steeds vrij rond. Her en der zien we zelfs zelfgemaakte hondenhokken langs de weg staan.
Gremi
Dan passeren we Gremi. Een plek waar zomaar een aantal westerse toeristen samenklit. En dat komt door een bijzondere kerk die prominent boven de omgeving uittorent. Gremi was ooit de hoofdstad van het koninkrijk Kakheti en van het oude complex zijn onder meer de kerk en de toren bewaard gebleven.
Wij nemen een kijkje en klimmen de toren in om het prachtige landschap in ons op te nemen. De hoogte geeft ons een weids uitzicht over de vallei, met de Kaukasus op de achtergrond.
En als we dan eindelijk denken de afslag naar de Abanopas te hebben gevonden, zien we eerst nog een rivierbedding waar talloze koeien grazen. We rijden de rivierbedding in en zien sommige koeien midden in een meertje liggen af te koelen. Het beeld doet ons denken aan Afrikaanse wildparken, waar we buffels ook vaak zo in het water zagen liggen.
Abanopas, een eerste kennismaking
We hebben er al veel over gehoord. De weg over de Abanopas wordt door sommigen omschreven als een van de gevaarlijkste wegen ter wereld. Voor veel reizigers houdt het hier simpelweg op, omdat deze weg een geschikte 4x4 vraagt. Wij laten ons niet gauw afschrikken en gaan de uitdaging aan.
De steile weg kent talloze haarspeldbochten, diepe afgronden en smalle passages. Soms zijn de haarspeldbochten wat nauw, maar met een keer steken lukt het.
We klimmen van zo’n 500 meter naar het hoogste punt op een dikke 2800 meter. De lucht wordt frisser en ijler en de turbo laat zich horen. Wat we onderweg zien, is nauwelijks te beschrijven. De bergen zijn imposant, met diep beneden ons woeste rivieren in de dalen. We doorwaden talloze kleine stroompjes en zien hier en daar nog resten van sneeuwvelden.
Zwavelbron op de pas
Onderweg nemen we een afslag naar een thermale bron. Hier komt zwavelhoudend water uit de berg met een temperatuur van ongeveer 36 graden. De geur van zwavel hangt in de lucht en het warme water voelt heerlijk zacht op de huid. Er is een eenvoudig badhuisje gebouwd en daar maken we natuurlijk dankbaar gebruik van. Een heerlijk half uurtje in het warme water.
Oh ja, er is ook nog een toilet met een heel bijzondere afvoer. Iets wat wij nog nooit eerder zo hebben gezien.
Naar de top
Net na het hoogste punt, waar een kerkje, cafeetje en souvenirwinkeltje staan, vinden we een rustig, vlak plekje waar we de nacht doorbrengen, met alleen het geluid van de koude wind.
Van de 25 graden beneden is weinig meer over. Hier ligt de temperatuur nog maar net boven nul.
Schaapherders
We worden vanochtend wakker met een beetje vorst aan de grond. Onder het dekbed is het nog lekker warm, maar de rest van de camper voelt koud aan. Onze gaskachel biedt uitkomst en maakt het al snel aangenaam. Als we naar buiten kijken, hebben we een fantastisch uitzicht over het diepe dal.
Ontmoetingen met locals maken onze reis extra speciaal. Het helpt dan wel als je elkaars taal spreekt. In Georgië valt dat niet mee. Tot nu toe spreekt men bar weinig Engels. Wel Russisch, laten ze vaak triomfantelijk weten.
We ontmoeten een groepje mannen dat herders blijken te zijn. Ze waarschuwen ons voor de gevaarlijke honden die ze bij zich hebben om het vee te beschermen. Met handen, voeten en de vertaalapp begrijpen we dat ze onderweg zijn naar lagergelegen gebieden, in voorbereiding op de komende winter.
Ze zijn aan het ontbijten en bieden ons brood, erg zoute kaas en een flinke zelfgestookte chacha aan. Dat zal de mannen warm houden. Wij bedanken voor de drank, we hebben net ontbeten…
Tusheti National Park, Omalo
We rijden langs een brede rivier en genieten van elke meter. Dan volgt de entree van Tusheti National Park. Geen papieren, geen administratie, we kunnen zo doorrijden.
Opvallend is dat er opeens verkeersborden staan. Waarschuwingen voor bochten, inhaalverboden, snelheidsbeperkingen enzovoort. Totaal overbodig vinden wij, na al die haarspeldbochten en andere gevaarlijke situaties die al achter ons liggen. En mooi staan al die borden hier midden in de natuur ook niet.
We komen aan in Omalo, eigenlijk de hoofdplaats van Tusheti. We hebben nauwelijks verwachtingen, maar de rust, de lieflijke sfeer en de prachtige bouwwerken zorgen ervoor dat we ons direct thuis voelen. Er komen hier zeker toeristen, maar het dorp heeft zijn authentieke karakter behouden.
We drinken een kop koffie in een leuk tentje dat ook dienstdoet als hostel en typische souvenirtjes verkoopt. Grietje scoort een paar lekkere warme sokken.
Shenako en Diklo
We vervolgen onze weg op zoek naar nog meer authentieke dorpjes en mooie vergezichten. Daarvoor rijden we wel op het randje van wat we met onze zware camper aandurven. Offroaden 2.0.
Maar daar krijgen we dan ook prachtige dorpjes voor terug, zoals Shenako en Diklo.
Dan willen we verder naar Dartlo, in een ander deel van het gebied. Maar helaas, hier houdt het voor ons op. Eén van de haarspeldbochten helt zo sterk naar binnen dat we er niet zeker van zijn dat we er met onze hoge en zware camper zonder brokken doorheen komen.
We overnachten op een grasveldje met een prachtig uitzicht en een paar paarden om ons heen.
Terug over de Abanopas
We rijden de Abanopas terug, naar de lage, vlakke gebieden. Ook in omgekeerde richting is het een enorme belevenis.
Onderweg zien we hoe mannen platte stukken rots opstapelen die eerder als een lawine naar beneden zijn gekomen. Ze kunnen later weer worden gebruikt in de bouw. Langzaam vervolgen we de weg omhoog, met onderweg diverse doorwadingen, sneeuwvelden en nauwe doorgangen. Het is echt genieten.
Dan komen we boven de boomgrens en worden de uitzichten weer overweldigend. Als we het hoogste deel van de pas bereiken, kijken we uit op de besneeuwde toppen van de bergen in Dagestan.
In het alleraardigste souvenirwinkeltje op de top worden ook koffie en cake verkocht. Heerlijk! Al schommelend is dit een heerlijke plek om even van de zondagochtend te genieten. Dan hebben we nog zo’n 2300 dalende hoogtemeters voor de boeg. Geen moment saai en soms behoorlijk uitdagend in de haarspeldbochten.
Herdenkingen
Onderweg zien we veel herdenkingsplaatsen met foto’s en kruizen van mensen die hier zijn omgekomen. En dat zijn er best veel…
Wij rijden de pas onder goede omstandigheden, maar het kan hier ook heel anders zijn. Sneeuw, vorst, regen, mist, lawines en vallend gesteente hebben al veel mensen het leven gekost. Opvallend is dat bij een aantal herdenkingsplaatsen picknickbanken staan, waar nabestaanden samenkomen om op de overledenen te proosten. De glazen en flessen drank bij de foto’s getuigen daarvan.
Schapen, schapen, schapen en…
Verderop moeten we een halfuurtje wachten. Ze zijn hier met groot materieel bezig het pad te verbreden. Rotsen worden met enorme graafmachines losgetrild en vervolgens gewoon naar beneden, het dal in, gekieperd.
Als we weer verder kunnen, stuiten we op een enorme kudde koeien en schapen. We kwamen deze kudde twee dagen geleden ook al tegen, maar nu zijn ze echt onderweg.
Nou hebben we wel vaker vee op de weg gezien, al dan niet met herder, maar een kudde van meer dan duizend dieren is op deze nauwe paadjes toch wel een hele belevenis. Op advies van de herders moeten we toeteren en zo banen we ons langzaam een weg tussen de koeien en schapen door.
Als we onderaan de pas zijn aangekomen, gaat het wegdek over in asfalt en zetten we koers richting een nieuwe, moderne camping. De camping beschikt over een zwembad en een wasmachine. Da’s nou net wat we nodig hebben.
Military Highway
Na twee dagen op de camping doen we eerst wat boodschappen en zoeken we naar een gasboer. We hebben een Duitse en een Zuid-Afrikaanse gasfles, maar hebben vooralsnog geen gasboer kunnen vinden met de juiste adapters.
Dan gaan we de Military Highway op. Dit is de weg die vanuit de hoofdstad Tbilisi noordwaarts door de Grote Kaukasus naar de Russische grens loopt. Nadat Rusland in 1801 het koninkrijk Kartli-Kakheti had geannexeerd, werd deze eeuwenoude route verder uitgebouwd om onder andere troepen en militair materieel te kunnen vervoeren. Vandaar de naam Military Highway.
Tot op de dag van vandaag is het de belangrijkste rechtstreekse wegverbinding tussen Georgië en Rusland.
De redelijk geasfalteerde weg wordt naast het vele vrachtverkeer ook volop gebruikt door toeristen. Het is ongelooflijk hoeveel bussen, minibusjes en huurauto’s hier rijden. Langs de weg staan ontelbaar veel koffietentjes, souvenirwinkels, hotels, restaurants en guesthouses. Op het hoogste deel ligt het grote skigebied rond Gudauri, waar in de wintermaanden veel buitenlandse toeristen komen.
Overal worden activiteiten aangeboden… paardrijden, buggy rijden, paragliden en, opmerkelijk genoeg, zelfs ‘halal rafting’. Wat die twee met elkaar te maken hebben? Het blijkt een arrangement voor islamitische gasten te zijn waarbij het raften wordt gecombineerd met een halal barbecue.
Wij stoppen, net als vele bussen vol toeristen, bij het Gudauri Viewpoint. Hier staat het enorme Russisch-Georgische Vriendschapsmonument uit 1983. Het werd gebouwd ter gelegenheid van de 200e verjaardag van het Verdrag van Georgievsk tussen Rusland en het toenmalige Georgische koninkrijk Kartli-Kakheti.
Hier zien we pas goed hoeveel verschillende nationaliteiten er rondlopen. Bussen vol onder meer Chinezen en Japanners worden gedropt en iedereen maakt een selfie met de bergen op de achtergrond.
Even verderop slaan wij af, de veel rustigere Truso-vallei in. Heerlijk offroad, we zien alleen nog wat wandelaars. Door de vallei kronkelt een prachtige, snelstromende rivier. Vlak ernaast vinden we een mooi plekje om te overnachten.
In Georgië (deel 2) lees je meer over de fantastische Truso-vallei en het vervolg van onze reis.