Reisperiode september 2026
Truso-vallei
De Georgian Military Highway kronkelt verder richting de Russische grens, terwijl wij een afslag nemen en de Truso-vallei binnenrijden.
Het aantal toeristen is hier zichtbaar minder, waarschijnlijk ook omdat de uitdagende offroadroute voor veel voertuigen net iets te spannend is. Wij tuffen langzaam omhoog langs de snelstromende rivier en genieten van elke meter. Soms vertoont het pad diepe geulen of moeten we een rivierdoorwading nemen.
Als we al een paar kilometer de vallei zijn ingereden, zien we naast de rivier een vlak stukje gras. Een perfecte plek voor een overnachting.
Na een regenachtige nacht maken we de volgende dag een wandeling door de weidse, bijna onbewoonde vallei. Hier en daar staat een enkele tent waar schaapherders in de zomer verblijven. Midden door de vallei buldert de rivier er lustig op los, terwijl hij vanaf de zijkanten wordt gevoed door allerlei kleinere waterstroompjes.
Onderweg komen we langs de vrijwel verlaten dorpjes Ketrisi en Abano. Vervallen stenen huizen en oude torens staan verspreid door het landschap. Mysterieus en bijzonder fotogeniek.
Bijzonderheden in de vallei
Tijdens onze wandeling zien we twee bijzondere natuurlijke fenomenen.
De bijzonderste is misschien wel het mineraalrijke bronwater dat vanuit de bergen naar buiten wordt geperst. Zodra het water aan de oppervlakte komt, ontsnapt koolzuurgas en slaat calciumcarbonaat neer. Zo ontstaan langzaam de bijzondere afzettingen van travertijn. Het ijzer in het water reageert ondertussen met zuurstof en zorgt voor prachtige rood-, oranje- en bruintinten en grillige structuren.
Dan komen we bij een klein blauw meertje waar het water wel héél bijzonder borrelt. Aanvankelijk denken we dat hier zwavel uit het water omhoog borrelt, ook vanwege de geur die in het gebied hangt. Maar het blijkt koolstofdioxide te zijn dat uit de ondergrond omhoogkomt, waardoor het lijkt alsof het water staat te koken. Een erg bijzonder gezicht!
Later komen we aan het eind van onze wandeling bij de ruïnes van het Zakagori Fortress, dat op een hoger gelegen punt boven de vallei ligt. Vanaf hier hebben we spectaculaire uitzichten over de omgeving, waarbij de grillige wolkenpartijen voor fantastische plaatjes zorgen.
De vesting lag hier ooit op een strategische plek om de doorgang door de Truso-vallei en de routes verder de bergen in te bewaken. Nu zien we alleen nog verweerde stenen muren en torens. Een prachtige plek om wat rond te lopen en foto’s te maken.
Als we na een kilometer of dertien wandelen weer bij de camper aankomen, concluderen we dat we het eigenlijk de hele wandeling droog hebben gehouden. Dat hadden we 's ochtends niet verwacht!
Gergeti Trinity Church
We eten een broodje en hobbelen de vallei weer uit richting de Military Highway, waar we koers zetten naar Stepantsminda.
Dit dorp, niet ver van de Russische grens, blijkt een enorme aantrekkingskracht op toeristen te hebben. Dat komt onder meer door de Gergeti Trinity Church, die een paar honderd meter boven het dorp spectaculair tegen de berghelling ligt. Met de hoge bergen van de Kaukasus op de achtergrond is het niet moeilijk te begrijpen waarom dit een van de bekendste beelden van Georgië is.
Dagelijks worden hier busladingen internationale toeristen afgezet. Ook wij rijden naar boven, maar hebben een ander plan. We overnachten op het parkeerterrein bij de kerk en willen de volgende dag vanaf hier een wandeling maken.
Géén gletsjer
Als we al vroeg helemaal voorbereid zijn op een wandeltocht naar de gletsjer boven Stepantsminda, hebben we nog voldoende vertrouwen in het weer. Voor ons ligt ruim 1100 meter stijgen naar de gletsjer, en nog een paar honderd meter extra als we doorlopen naar de Betlemi Hut.
We stijgen, soms best steil, terwijl in de verte de lucht toch behoorlijk zwart begint te worden. We gaan er nog maar even vanuit dat de bui overtrekt. Maar helaas, langzaam begint het te druppelen en trekken we onze regenkleding aan.
Het begint steeds harder te regenen en in de verte horen we het gedonder van onweer. Niet veel later bevindt het onweer zich recht boven ons. Het dondert en bliksemt en de regen komt inmiddels met bakken naar beneden. We kijken elkaar aan en twijfelen. Inmiddels hebben we zo’n 350 hoogtemeters gemaakt.
We besluiten ‘verstandig’ te zijn en zo snel mogelijk over de inmiddels spekgladde paden naar beneden te glibberen. Onderweg zien we ook andere wandelaars twijfelen. Sommigen besluiten door te gaan, anderen keren om. Je doet het toch nooit goed…
Behoorlijk doorweekt warmen we ons op bij het kacheltje in de camper. De regenkleding blijkt ook niet meer helemaal te zijn wat ze ooit was. Nieuwe plannen maken dus. We besluiten naar Tbilisi te rijden, terug over de Military Highway. Onderweg schieten we nog wat plaatjes.
Tbilisi, op zoek naar een gasboer
In Tbilisi hebben we meerdere boodschappen. We zoeken een gasboer die met de juiste adapters onze flessen kan vullen, een camperbouwer die één van onze ramen opnieuw waterdicht kan kitten, een herenkapper en een outdoorwinkel voor nieuwe regenkleding. En natuurlijk willen we ook nog iets van de stad bekijken.
De weg naar Tbilisi is druk, erg druk. Het schiet nauwelijks op, maar uiteindelijk bereiken we de stad.
We hebben meerdere adressen waar onze gasflessen misschien gevuld kunnen worden, maar het geluk zit ons niet mee. We doorkruisen de stad van noord naar zuid en van west naar oost, op zoek naar iemand met de juiste adapters.
Na vijf keer ‘nee’ te hebben gehoord, is het bij de zesde raak. De man is behoorlijk nors, maar hij weet uiteindelijk wel beide flessen te vullen. Opdracht 1 afgestreept!
Tbilisi, lekkend raam
Een dag later rijden we door de drukke vrijdagochtendspits, op zoek naar een bedrijf dat ons kan helpen met het opnieuw kitten van een lekkend raam. Als we in de buurt komen van het gevonden adres, blijkt het op een militair terrein te liggen waar we niet op mogen. Via een andere kant dan…? Ook niet. Het adres blijkt niet te kloppen en de telefoon wordt ook al niet opgenomen.
Later arriveren we bij een verhuurbedrijf van campers, waar ze ons gelukkig wel willen helpen. Er wordt een monteur opgeroepen, maar het duurt nog uren voordat hij arriveert. Afijn, als hij er eenmaal is, gaat hij aan de slag en halverwege de middag is de klus geklaard.
Tbilisi, opdracht twee afgestreept!
Voor ons is er nog voldoende tijd om de stad een beetje te ontdekken. We mogen de camper op het terrein laten staan en er zelfs overnachten.
Tbilisi, een rondwandeling
We nemen een taxi door het schuifelende verkeer naar het hart van de stad. Aan alles is te zien dat Tbilisi een populaire toeristische bestemming is. En niet voor niets! Wij zijn erg positief verrast.
We laten ons afzetten bij de Dry Bridge, vlak bij de rivier de Mtkvari. Hier is een soort vlooienmarkt met vooral veel oude spullen, waaronder allerlei voorwerpen uit de Sovjettijd. We struinen er even rond.
De naam Dry Bridge is overigens heel letterlijk. Ooit liep er een zijtak van de Mtkvari onder de brug, maar die werd in de vorige eeuw verlegd. Sindsdien staat de brug op het droge.
We maken een rondje langs een aantal belangrijke ‘must-sees’. In en rondom het oude centrum bevinden zich verschillende kerken en andere religieuze gebouwen die zeker een bezoek waard zijn. Via de moderne Bridge of Peace lopen we naar Rike Park, waar we de kabelbaan omhoog nemen.
Tbilisi, bezienswaardigheden
Boven op de heuvel staat het enorme standbeeld Kartlis Deda, de ‘Moeder van Georgië’. Het twintig meter hoge beeld werd in 1958 geplaatst ter gelegenheid van het 1500-jarig bestaan van Tbilisi. In haar ene hand houdt ze een schaal met wijn om vrienden welkom te heten, in de andere een zwaard voor haar vijanden. Vanaf hier hebben we bovendien een fantastisch uitzicht over de stad.
We lopen langzaam naar beneden door Old Tbilisi en passeren zowaar een waterval. Een bijzondere plek, zo midden in de stad. Samen met de vlak ernaast gelegen historische zwavelbaden is dit uitgegroeid tot een van de bekende plekken van de oude stad.
Wat ons vooral opvalt, is de gezellige en relaxte sfeer. Overal zijn kleine restaurantjes en terrasjes. Op Meidan Square genieten we van een drankje en de reuring om ons heen.
Terwijl het inmiddels begint te schemeren, slenteren we nog wat door de soms nauwe en fotogenieke straatjes met hun kenmerkende houten balkonnetjes. We willen ook nog even een blik werpen op Freedom Square, met midden op het plein de enorme zuil met bovenop Sint-Joris die de draak verslaat. Het huidige monument werd in 2006 onthuld.
Afsluiter in bijzonder restaurant
Dan is het tijd om wat te eten. Bij toeval stuiten we op een bijzonder restaurantje met de naam MUSE. Het bevindt zich op een sfeervolle oude binnenplaats, vol kunst, oude voorwerpen en andere bijzondere decoraties. Terwijl we eten, wordt er live piano gespeeld. Een heerlijk sfeertje.
We eten onder meer khachapuri, het typisch Georgische brood gevuld met kaas, en sluiten zo een verrassend leuke middag en avond in Tbilisi af. Daarna laten we ons door een taxi weer ‘thuisbrengen’.
Tbilisi is leuk!
De laatste opdrachten en de natuur weer in
In de stromende regen vertrekken we naar de andere kant van de stad, waar een outdoorwinkel is. We kopen er, hopelijk nu wél, waterdichte regenkleding voor toekomstige wandelingen.
Cor laat zich bij de kapper op de hoek even kortwieken, terwijl Grietje nog wat inkopen doet bij een grote supermarkt. Opdracht 3 en 4 kunnen we dus ook afstrepen… en nu gauw de natuur weer in. Het blijft maar regenen.
We zijn onderweg naar het merengebied ten zuidwesten van Tbilisi. Hier zijn een paar mooie offroadroutes. Even klaart het wat op, maar als we aankomen bij ons eerste overnachtingsplekje, op zo’n 2100 meter bij Lake Paravani, regent het alweer gestaag.
Onderweg komen we door een dorpje waar huizen met grasdaken staan. Morgen verder op onderzoek…
Lake Paravani en Tambovka
We starten de dag met een kleine wandeling, naar het dorpje Tambovka, aan de oevers van Lake Paravani.
Het meer is met zo’n 37,5 km² net iets groter dan het Veluwemeer. Daarmee is het het grootste natuurlijke meer van Georgië. Diep is het niet, gemiddeld zo’n 2,4 meter.
Zelden zien we zo’n authentiek en fotogeniek nederzettinkje. Er wonen maar een paar gezinnen en verreweg de meeste bouwwerken zijn in verregaande staat van ontbinding. Het afgelegen karakter zie je overal terug. Een deel van de stallen en huizen heeft grasdaken, een lokale manier van isoleren.
Dat is hier ook geen overbodige luxe, want de winters zijn lang en streng. Vanaf eind november vriest het meer dicht, wat tot april duurt.
De weinige inwoners leven onder andere van de visserij en het houden van koeien en duizenden schapen. Het vissen gebeurt in kleine rubberbootjes, veelal “aangedreven door peddels”. In de winter wordt hier ook onder het ijs gevist. Hoe de mensen hier de lange wintermaanden verder precies doorkomen, blijft voor ons onduidelijk.
Lekker off-road
De omgeving heeft wel iets van de Schotse Hooglanden. We staan hier op ruim 2.000 meter hoogte en het golvende landschap is vrijwel volledig met gras bedekt. Hier en daar steken de hogere toppen van oude vulkanen boven de heuvels uit. Als we zo tussen die heuvels doorrijden, ervaren we ultieme rust.
We passeren meerdere dorpjes, zoals Tambovka, en rijden off-road over zand-, gravel- en steenpaden. Eén van de dorpjes heeft een directere verbinding met een grotere weg en daar zijn dan ook een paar winkeltjes, waar we een brood en wat fruit weten te bemachtigen.
We verlaten het dorp weer en genieten verder van de prachtige omgeving. Het is inmiddels te laat om de uitgedoofde vulkaan Didi Abuli nog te beklimmen, dus besluiten we daar morgenochtend mee te beginnen. We overnachten aan de voet van de vulkaan.
Beklimming Didi Abuli
Als we wakker worden, komt het zonnetje net achter een heuvel vandaan. We staan op de rand van een hoogvlakte en kijken uit over een wolkendek dat de lagere delen afschermt. Prachtig om te zien hoe een bergtop er net bovenuit steekt.
We willen vandaag de Didi Abuli beklimmen. We staan op zo’n 2.400 meter en moeten stijgen naar 3.300 meter.
Terwijl we langzaam stijgen, lossen de wolken onder ons op. In de verte komen de lagergelegen dorpen tevoorschijn. De daken van de huizen glinsteren in de zon. Tegelijkertijd ontwikkelt zich aan de andere kant een donkere wolk die z’n vocht laat vallen. Wij houden het vooralsnog droog.
Tijdens de klim veranderen de uitzichten steeds. Hoe hoger we komen, hoe meer meren we in de omgeving zien. We zijn helemaal in ons element. De camper, die we steeds in het zicht hebben, is inmiddels niet meer dan een stipje.
De ondergrond bestaat aanvankelijk nog uit gras en het lijkt niet eens zoveel te stijgen. Maar het blijkt een soort ‘vals plat’. De ijler wordende lucht zorgt ervoor dat we regelmatig even op adem moeten komen.
De laatste 400 hoogtemeters zijn zwaar. Het losse puin waarop we lopen, zakt steeds onder onze voeten weg. De gelukshormonen stromen dan ook door onze aderen als we de top bereiken. Het is inmiddels behoorlijk koud geworden. Er is geen beschutting op de top en daarom besluiten we al snel de daling weer in te zetten.
Als we de camper weer bereiken, zijn we zo’n 5,5 uur onderweg geweest. Even bijkomen.
Aardappeloogst
Net als we willen vertrekken, barst er een behoorlijke onweersbui los. Dikke hagelstenen! We glibberen met de camper naar beneden en hebben soms best even gespannen momenten.
Onze route gaat langs een aantal afgelegen boerendorpen. Van die plekken waar de tijd even stil lijkt te staan. Dit is voor ons het ultieme genieten. Geen toeristenmassa’s, maar gewoon mensen die hier hun dagelijkse leven leiden.
We komen in een gebied waar voornamelijk aardappelen worden verbouwd. We zijn geïnteresseerd in de manier van oogsten. Geen grote machines, maar vooral veel handwerk.
De vriendelijke boer met wie we even praten, laat trots z’n opbrengst zien. Als we weggaan, moeten we beslist een zak aardappelen meenemen. Geen idee hoe we die allemaal gaan opkrijgen.
Geen doel
We vertrekken vandaag zonder echt einddoel. Gewoon lekker off-road toeren en wel zien waar we uitkomen. We rijden door landbouwgebieden, natuur en zo nu en dan een dorpje. En ook hier lijkt de tijd weer behoorlijk te hebben stilgestaan.
Over het hooggelegen plateau slingeren onverharde wegen tussen kuddes koeien, aardappelvelden en graslanden door. Onderweg kijken we even bij een totaal vervallen kerkje, moederziel alleen midden in het landschap. Mysterieus!
Dan komen we langs de rand van de Mtkvari-kloof en worden de uitzichten steeds indrukwekkender. Op een mooie plek zetten we tafel en stoelen buiten voor de lunch. Het zonnetje schijnt vrolijk en in de verte zien we zelfs Didi Abuli nog liggen, de vulkaan die we gisteren beklommen.
Maar niet voor lang… Het weer is hier behoorlijk grillig. Zwarte wolken pakken zich samen en in de verte zien we de regen met bakken naar beneden komen. Zelf houden we het voorlopig droog en de donkere wolkenluchten maken het landschap alleen maar mooier.
We rijden verder door bossen en over open velden, totdat we uiteindelijk afslaan voor de lange afdaling naar Vardzia, diep beneden in de kloof.
Via veel, soms behoorlijk scherpe haarspeldbochten zakken we steeds verder naar beneden. En dan verschijnt aan de overkant van het dal ineens Vardzia tegen de rotswand.
Vardzia
Gek. Na drie dagen in de natuur, rondrijdend door authentieke boerendorpjes, staan we ineens in de rij om een entreekaartje voor Vardzia te bemachtigen. Niet ons ding, maar als je ‘echte, ertoe doende’ geschiedenis wilt zien, moet je je maar even aanpassen. En dat doen we dan maar.
Vardzia is een bijzondere nederzetting, grotendeels gebouwd in de 12de eeuw en helemaal uitgehouwen in de rotsen. De bouw begon onder koning Giorgi III en werd onder zijn dochter, koningin Tamar, flink uitgebreid. In 1283 werd het complex zwaar beschadigd door een aardbeving.
Het is indrukwekkend om te zien hoeveel ruimtes hier uit de berg zijn gehakt. Overal zitten openingen, kamers en doorgangen in de rotswand, elk ooit met een eigen functie. We slenteren er heerlijk wat rond en klimmen over de rotsen. Het is net een doolhof.
Middelpunt van het geheel is de kloosterkerk, waar verschillende ruimtes met elkaar verbonden zijn door spannende, smalle gangetjes. Speciaal zijn de eeuwenoude fresco’s, die niet gefotografeerd mogen worden.
Hopelijk geven de overige foto’s wel een goed beeld.
Bezoek boerenfamilie
Dan gaan we de natuur weer in, veelal via off-roadwegen richting Lake Tabatskuri.
Even later belanden we in het pittoreske dorpje Tabatskuri, dat op een schiereiland ligt. We rijden er wat rond, maar uiteindelijk loopt de weg dood. Als we draaien, worden we aangesproken door een vrouw die ons uitnodigt voor een kop koffie.
En zo belanden we ineens aan de keukentafel van een boerenfamilie waar drie generaties bij elkaar wonen. Ze zijn net aan het eten en natuurlijk moeten wij ook mee-eten.
De oma van de familie houdt van breien. Voor weinig krijgen we een paar sokken. Dat komt goed uit, want Grietje heeft altijd koude voeten.
Dan gaan we met de boer mee om de kalveren te voeren. Hij laat ons de stal zien waar zijn twaalf koeien ’s winters aan de paal staan. Met een echte ‘grup’, zoals we die zo’n 50 jaar geleden in Nederland ook nog kenden. Nu zijn de koeien met een herder de bergen in.
Onderweg naar Gori
Onderweg naar Gori vinden we een autowasserette en geven de camper een dik verdiende wasbeurt. Daar was-ie wel aan toe na al dat stof en modder van de afgelopen dagen.
Even later passeren we een zwavelbron. Een heerlijk bad en een douche. We zijn weer helemaal opgefrist!
Joseph Stalin museum
Aangekomen in Gori bezoeken we onder meer het Joseph Stalin Museum, we lopen een klein rondje door de stad en klimmen op het Gori fortress.
Maar het Stalinmuseum was het meest indrukwekkend.
Eerlijk… wij weten niet zo veel over de Sovjetgeschiedenis. Kennelijk vroeger niet voldoende opgelet op school, of werd het gewoon niet verteld?
Stalin werd in Gori geboren in 1878. Na de dood van Lenin groeide hij uit tot de machtigste man van de Sovjet-Unie. Tijdens zijn bewind kwamen miljoenen mensen om door repressie, executies, deportaties en hongersnoden. Tegelijkertijd wordt hij door sommige mensen nog altijd geëerd vanwege de rol van de Sovjet-Unie bij het verslaan van nazi-Duitsland.
Het museum zelf voelt voor een belangrijk deel als een verheerlijking van de persoon Stalin. (man van staal). Pal voor de ingang staat zijn geboortehuis en binnen hangt het vol met foto’s, documenten en persoonlijke bezittingen.
Opmerkelijk is dat het eerste museum rond zijn geboortehuis al in 1937 werd geopend, tijdens Stalins leven en midden in zijn heerschappij. Het huidige grote museumcomplex werd later, in 1957, geopend. Pas in 2010 werd een aparte, veel kleinere ruimte toegevoegd waarin aandacht wordt besteed aan de slachtoffers en de repressie onder zijn regime.
Buiten het museum staat zijn treinwagon op de rails, die op aanvraag ook van binnen te bekijken is. Stalin gebruikte de wagon onder meer voor internationale reizen en reisde liever per trein dan per vliegtuig.
Kunnen we iets leren van de manier waarop machthebbers zichzelf (laten) vereren, met het oog op de huidige toestand in de wereld?
Verjaardag
We zijn trouwens niet zomaar in Gori. We zijn hier op uitnodiging van onze overlandvrienden Martin en Diane. En daarvoor is een belangrijke reden. Diane viert haar verjaardag! 🎈🎈
Ook Wil en Wilma, overlandvrienden die we al langere tijd kennen, zijn van de partij. Zo hebben we met z’n zessen een erg gezellige avond in een heel bijzonder restaurant.
Reizen in vrijheid
Onze overlandreis gaat verder richting de Hoge Kaukasus. Geen echt doel, we zien wel wat er op ons pad komt.
Eerst rijden we door Khashuri, een gezellig stadje waar we brood en vlees kopen op de markt. Het is zaterdagochtend en er hangt een gezellige sfeer.
Dan zetten we koers richting het noorden. Aanvankelijk over goede geasfalteerde wegen, langs leuke dorpjes. Wat een genot om zo vrij rond te toeren.
We rijden nog in een wat lager gelegen gebied en de omgeving is behoorlijk bosrijk. De weg daalt en stijgt soms flink en de vele rivieren die vanuit de hoge bergen naar beneden komen, gaan behoorlijk tekeer. Onderweg drinken we een kop koffie op een verhoging midden in een rustiger stroompje en lunchen we zomaar ergens langs de weg.
Later houdt de verharding op en wordt de route wat avontuurlijker. We nemen een paar rivierdoorwadingen en eindigen de dag bij het plaatsje Shovi, waar we overnachten in het bos onder hele hoge dennen. Wel vochtig!
Shovi
We bevinden ons in Racha, een streek in het noordwesten van Georgië, niet ver van Rusland en Zuid-Ossetië. We kijken even rond in het dorp Shovi, althans in wat daar nog van over is.
Shovi was van oorsprong een luxe berg- en kuuroord, vooral bekend om z’n mineraalwater en gezonde berglucht. In de Sovjettijd kwamen hier veel mensen vakantie vieren en kuren.
Het gebied is gevoelig voor aardbevingen, landverschuivingen en modderstromen. In augustus 2023 ging het hier verschrikkelijk mis. Een enorme modder- en puinstroom trok door het dal en verwoestte een groot deel van Shovi. Daarbij kwamen 33 mensen om het leven.
Als we hier nu rondlopen, is het bijna niet voor te stellen wat zich hier heeft afgespeeld. Veel van de verwoeste bebouwing is inmiddels verwijderd. Wat overblijft, is een grote kale vlakte, waar bulldozers nog steeds aan het werk zijn.
We proberen ons voor te stellen hoe het moet zijn geweest voor de mensen die hier woonden of vakantie vierden. Hun huizen, hun spullen, alles wat vertrouwd was, werd in een paar minuten meegesleurd.
Aan de rand van het getroffen gebied staan nog een paar zwaar beschadigde en verlaten gebouwen waar we naar binnen kunnen. Modder, stenen en puin zijn diep de kamers binnengedrongen. Als we hier zo rondlopen, krijgen we echt een beeld van de kracht waarmee alles door het dorp moet zijn geraasd. De rillingen gaan soms door je lijf.
Stalins dacha
Iets hoger, net buiten het zwaarst getroffen gebied, staat een enorm houten vakantiehuis. Het wordt hier ‘Stalin’s dacha’ genoemd.
Maar of Stalin hier daadwerkelijk heeft verbleven, is helemaal niet zeker. Er zijn verhalen genoeg, maar harde historische bewijzen ontbreken.
Hoe dan ook, het is een bijzonder gebouw. Van buiten zien we nog hoe indrukwekkend en luxe het ooit moet zijn geweest, maar binnen is het één grote vervallen ruïne. Grote gaten in de vloeren, we moeten voorzichtig zijn bij iedere stap die we zetten.
En zoals wel vaker in Georgië… geen hek, geen bewaking en geen bordje ‘verboden toegang’. Op eigen risico kun je gewoon naar binnen.
Onze avonturen gaan verder in Georgië, deel 3